BWBR0048384
Geldig vanaf 2025-06-30
Artikel 11
Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp
1. De subsidie wordt uiterlijk 31 december 2023 vastgesteld.
2. De Minister betaalt het vastgestelde subsidiebedrag in twee termijnen, waarbij twee derde van het subsidiebedrag uiterlijk op 31 december 2023 aan de penvoerder wordt betaald, en één derde van het subsidiebedrag uiterlijk op 31 december in 2024 aan de penvoerder wordt betaald.
3. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging is verstrekt.
4. In afwijking van het eerste lid wordt een subsidie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, verleend binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, lid 2a. De Minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na het moment van indiening van de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 12, met betrekking tot het laatste jaar waarin de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd.
5. In afwijking van het tweede lid verstrekt de minister voor een subsidie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, een voorschot van 100%, dat wordt uitbetaald in drie termijnen. De betaling van de eerste termijn vindt plaats in december 2025 en bedraagt 32,0% van het verleende subsidiebedrag. De betaling van de tweede termijn vindt plaats in december 2026 en bedraagt 33,5% van het verleende subsidiebedrag. De betaling van de derde termijn vindt plaats in december 2027 en bedraagt 34,5%.
2. De Minister betaalt het vastgestelde subsidiebedrag in twee termijnen, waarbij twee derde van het subsidiebedrag uiterlijk op 31 december 2023 aan de penvoerder wordt betaald, en één derde van het subsidiebedrag uiterlijk op 31 december in 2024 aan de penvoerder wordt betaald.
3. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging is verstrekt.
4. In afwijking van het eerste lid wordt een subsidie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, verleend binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, lid 2a. De Minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na het moment van indiening van de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 12, met betrekking tot het laatste jaar waarin de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd.
5. In afwijking van het tweede lid verstrekt de minister voor een subsidie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, een voorschot van 100%, dat wordt uitbetaald in drie termijnen. De betaling van de eerste termijn vindt plaats in december 2025 en bedraagt 32,0% van het verleende subsidiebedrag. De betaling van de tweede termijn vindt plaats in december 2026 en bedraagt 33,5% van het verleende subsidiebedrag. De betaling van de derde termijn vindt plaats in december 2027 en bedraagt 34,5%.