BWBR0048384
Geldig vanaf 2025-06-30
Artikel 6
Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp
1. Het plan van aanpak bevat activiteiten als bedoeld in artikel 4, derde lid, die gericht zijn op jeugdigen die behoren tot de doelgroep, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen het onderwijs.
2. In het plan van aanpak geeft de penvoerder de beoogde samenwerking en afstemming vorm tussen de verschillende partijen die betrokken zijn in de coalitie.
3. In het plan van aanpak wordt de bestaande expertise van scholen bij accommodaties gesloten jeugdhulp, en in voorkomend geval ook bij andere accommodaties, opgenomen om de kennisoverdracht tussen coalitiepartijen te bevorderen.
4. Het plan van aanpak bestaat uit een activiteitenplan en een begroting. Op het activiteitenplan en de begroting zijn de artikelen 3.4en 3.5 van de Kaderregelingvan toepassing. Het activiteitenplan bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.4 van de Kaderregeling, een beschrijving van:
a. een beknopte regiovisie met de voorgenomen regionale veranderingen in aanloop naar kalenderjaar 2030 als gevolg van de af- en ombouw van grootschalige gesloten jeugdhulpinstellingen en een omschrijving van de gevolgen voor het onderwijs van de jeugdigen in de coalitie in 2023 en 2024, waarvan het bovenregionaal plan van de coördinerende gemeente of gemeenten een onderdeel kan zijn;
b. de gestelde concrete doelen van de coalitie, in aansluiting op de subsidiedoelen als bedoeld in artikel 3 en de regiovisie als bedoeld in onderdeel a;
c. de inspanning die verricht is om relevante regionale partijen te betrekken bij de uitvoering van het plan van aanpak;
d. de wijze waarop de samenwerking tussen de partijen in de coalitie vormgegeven wordt, inclusief eventueel andere momenteel nog niet-aangesloten partijen, waarbij in ieder geval in wordt gegaan op de betrokkenheid en rol van de coördinerende gemeente of gemeenten;
d1. indien het een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, betreft, in aanvulling op onderdeel d, een omschrijving van de betrokkenheid en rol van scholen bij gesloten jeugdhulpinstellingen en van mbo-instellingen, ongeacht of zij al bij de coalitie zijn aangesloten;
e. de eventuele betrokkenheid van één of meerdere scholen die verbonden zijn aan een accommodatie voor gesloten jeugdhulp;
f. de wijze waarop de realisatie van de doelen wordt gevolgd en geëvalueerd.
5. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, onderdeel a, beschrijft de regiovisie voor aanvragen als bedoeld in artikel 3, lid 1a, voorgenomen regionale veranderingen in aanloop naar kalenderjaar 2030 als gevolg van de af- en ombouw van grootschalige gesloten jeugdhulpinstellingen, waarvan het bovenregionaal plan van de coördinerende gemeente of gemeenten een onderdeel kan zijn. De regiovisie bevat daarnaast een omschrijving van de gevolgen hiervan voor het onderwijs van de jeugdigen in de coalitie in de aanloop naar 2030.
2. In het plan van aanpak geeft de penvoerder de beoogde samenwerking en afstemming vorm tussen de verschillende partijen die betrokken zijn in de coalitie.
3. In het plan van aanpak wordt de bestaande expertise van scholen bij accommodaties gesloten jeugdhulp, en in voorkomend geval ook bij andere accommodaties, opgenomen om de kennisoverdracht tussen coalitiepartijen te bevorderen.
4. Het plan van aanpak bestaat uit een activiteitenplan en een begroting. Op het activiteitenplan en de begroting zijn de artikelen 3.4en 3.5 van de Kaderregelingvan toepassing. Het activiteitenplan bevat, in aanvulling op het bepaalde in artikel 3.4 van de Kaderregeling, een beschrijving van:
a. een beknopte regiovisie met de voorgenomen regionale veranderingen in aanloop naar kalenderjaar 2030 als gevolg van de af- en ombouw van grootschalige gesloten jeugdhulpinstellingen en een omschrijving van de gevolgen voor het onderwijs van de jeugdigen in de coalitie in 2023 en 2024, waarvan het bovenregionaal plan van de coördinerende gemeente of gemeenten een onderdeel kan zijn;
b. de gestelde concrete doelen van de coalitie, in aansluiting op de subsidiedoelen als bedoeld in artikel 3 en de regiovisie als bedoeld in onderdeel a;
c. de inspanning die verricht is om relevante regionale partijen te betrekken bij de uitvoering van het plan van aanpak;
d. de wijze waarop de samenwerking tussen de partijen in de coalitie vormgegeven wordt, inclusief eventueel andere momenteel nog niet-aangesloten partijen, waarbij in ieder geval in wordt gegaan op de betrokkenheid en rol van de coördinerende gemeente of gemeenten;
d1. indien het een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, betreft, in aanvulling op onderdeel d, een omschrijving van de betrokkenheid en rol van scholen bij gesloten jeugdhulpinstellingen en van mbo-instellingen, ongeacht of zij al bij de coalitie zijn aangesloten;
e. de eventuele betrokkenheid van één of meerdere scholen die verbonden zijn aan een accommodatie voor gesloten jeugdhulp;
f. de wijze waarop de realisatie van de doelen wordt gevolgd en geëvalueerd.
5. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, onderdeel a, beschrijft de regiovisie voor aanvragen als bedoeld in artikel 3, lid 1a, voorgenomen regionale veranderingen in aanloop naar kalenderjaar 2030 als gevolg van de af- en ombouw van grootschalige gesloten jeugdhulpinstellingen, waarvan het bovenregionaal plan van de coördinerende gemeente of gemeenten een onderdeel kan zijn. De regiovisie bevat daarnaast een omschrijving van de gevolgen hiervan voor het onderwijs van de jeugdigen in de coalitie in de aanloop naar 2030.