BWBR0048172
Geldig vanaf 2023-04-04
Artikel 6
Onderlinge regeling samenwerking bij hervormingen
1. Een minister of, voor zover van toepassing, een overheidsorgaan die het aangaat kan ter uitvoering van de in een uitvoeringsagenda omschreven activiteiten een concept voor een plan van aanpak opstellen voor de ontwikkeling en uitvoering van een hervormingsproject, -programma of -maatregel. Nadat het concept is opgesteld, wordt dit na instemming van de Minister van Algemene Zaken of Raad van Ministers van een land en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld. Deze procedure wordt nader uitgewerkt in het reglement.
2. Een plan van aanpak bevat, voor zover relevant, in ieder geval:
a. een beschrijving van de te bereiken doelen, op te leveren producten en bijbehorende actiepunten;
b. een begroting tot dekking van de benodigde financiële middelen;
c. het tijdpad voor de uitvoering van een hervormingsproject, -programma of -maatregel;
d. een beschrijving van de benodigde deskundigheid en uitvoeringscapaciteit;
e. een beschrijving van de vereiste regelgeving en het daarbij behorend wetgevingsproces, inclusief een wetgevingstoets;
f. afspraken over de rapportagelijnen;
g. een verdeling van de verantwoordelijkheden;
h. een uitvoerbaarheidstoets;
i. een risicoparagraaf.
3. De instemming, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen onthouden, als een plan van aanpak in strijd is met de in een uitvoeringsagenda omschreven doelstellingen en beoogde resultaten of niet voorziet in de vereisten, bedoeld in het tweede lid.
Onthouding van instemming vindt niet plaats dan nadat aan de minister of, voor zover van toepassing, het overheidsorgaan die het aangaat gelegenheid tot overleg is geboden. Als dit overleg niet tot overeenstemming leidt, starten de Ministers een bemiddelingstraject. De procedure, bedoeld in artikel 8, is van overeenkomstige toepassing.
2. Een plan van aanpak bevat, voor zover relevant, in ieder geval:
a. een beschrijving van de te bereiken doelen, op te leveren producten en bijbehorende actiepunten;
b. een begroting tot dekking van de benodigde financiële middelen;
c. het tijdpad voor de uitvoering van een hervormingsproject, -programma of -maatregel;
d. een beschrijving van de benodigde deskundigheid en uitvoeringscapaciteit;
e. een beschrijving van de vereiste regelgeving en het daarbij behorend wetgevingsproces, inclusief een wetgevingstoets;
f. afspraken over de rapportagelijnen;
g. een verdeling van de verantwoordelijkheden;
h. een uitvoerbaarheidstoets;
i. een risicoparagraaf.
3. De instemming, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen onthouden, als een plan van aanpak in strijd is met de in een uitvoeringsagenda omschreven doelstellingen en beoogde resultaten of niet voorziet in de vereisten, bedoeld in het tweede lid.
Onthouding van instemming vindt niet plaats dan nadat aan de minister of, voor zover van toepassing, het overheidsorgaan die het aangaat gelegenheid tot overleg is geboden. Als dit overleg niet tot overeenstemming leidt, starten de Ministers een bemiddelingstraject. De procedure, bedoeld in artikel 8, is van overeenkomstige toepassing.