BWBR0048172
Geldig vanaf 2023-04-04
Artikel 4
Onderlinge regeling samenwerking bij hervormingen
1. De coördinatie van de uitvoering van de landspakketten berust in de landen bij de Ministers van Algemene Zaken. Zij worden hierin bijgestaan door onder hen ressorterende Uitvoeringsorganisaties.
2. De medewerkers van een Uitvoeringsorganisatie worden aangewezen door de betrokken Minister van Algemene Zaken. De Ministers van Algemene Zaken stellen elk een werkwijze vast voor de onder hen ressorterende Uitvoeringsorganisatie.
3. Ten behoeve van de implementatie van de landspakketten werken Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland samen. De coördinatie voor Nederland berust bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze wordt hierin bijgestaan door een onder hem ressorterende Werkorganisatie.
4. De Uitvoeringsorganisaties en de Werkorganisatie hebben tot taak het gezamenlijk ondersteunen, begeleiden en monitoren van de uitvoering van hervormingen met betrekking tot de in een landspakket omschreven onderwerpen, zoals nader uitgewerkt in een uitvoeringsagenda en, voor zover relevant, in een plan van aanpak.
5. De Uitvoeringsorganisaties en de Werkorganisatie voeren hun taken, bedoeld in het vierde lid, in overleg met elkaar uit. De Ministers stellen een reglement vast met nadere regels over de gezamenlijke werkwijze van de Ministers en van de Uitvoeringsorganisatie van een land en de Werkorganisatie. De reglementen worden als bijlagen A, Ben Cbij deze onderlinge regeling opgenomen. Een reglement kan voor elk land worden aangepast als de Ministers daarover overeenstemming bereiken.
6. De Landen en Nederland verstrekken elkaar, met inachtneming van de wettelijke geheimhoudingsverplichtingen en andere wettelijke verplichtingen die in elk land gelden, alle gegevens en inlichtingen die redelijkerwijs nodig zijn voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in het vierde lid.
2. De medewerkers van een Uitvoeringsorganisatie worden aangewezen door de betrokken Minister van Algemene Zaken. De Ministers van Algemene Zaken stellen elk een werkwijze vast voor de onder hen ressorterende Uitvoeringsorganisatie.
3. Ten behoeve van de implementatie van de landspakketten werken Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland samen. De coördinatie voor Nederland berust bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze wordt hierin bijgestaan door een onder hem ressorterende Werkorganisatie.
4. De Uitvoeringsorganisaties en de Werkorganisatie hebben tot taak het gezamenlijk ondersteunen, begeleiden en monitoren van de uitvoering van hervormingen met betrekking tot de in een landspakket omschreven onderwerpen, zoals nader uitgewerkt in een uitvoeringsagenda en, voor zover relevant, in een plan van aanpak.
5. De Uitvoeringsorganisaties en de Werkorganisatie voeren hun taken, bedoeld in het vierde lid, in overleg met elkaar uit. De Ministers stellen een reglement vast met nadere regels over de gezamenlijke werkwijze van de Ministers en van de Uitvoeringsorganisatie van een land en de Werkorganisatie. De reglementen worden als bijlagen A, Ben Cbij deze onderlinge regeling opgenomen. Een reglement kan voor elk land worden aangepast als de Ministers daarover overeenstemming bereiken.
6. De Landen en Nederland verstrekken elkaar, met inachtneming van de wettelijke geheimhoudingsverplichtingen en andere wettelijke verplichtingen die in elk land gelden, alle gegevens en inlichtingen die redelijkerwijs nodig zijn voor het uitvoeren van de taken, bedoeld in het vierde lid.