BWBR0048172
Geldig vanaf 2023-04-04
Artikel 5
Onderlinge regeling samenwerking bij hervormingen
1. De Uitvoeringsorganisatie en de Werkorganisatie stellen ter verwezenlijking van het landspakket ieder half jaar en, zo nodig, tussentijds gezamenlijk een concept voor een uitvoeringsagenda op. Nadat het concept is opgesteld, wordt dit ter vaststelling aan de Ministers voorgelegd. De afspraken over resultaten in een uitvoeringsagenda vormen de basis waarop de voortgang, bedoeld in artikel 7, tweede lid, wordt beoordeeld.
2. Een uitvoeringsagenda bevat in ieder geval de hervormingsprojecten, -programma’s en -maatregelen die in de periode waar de uitvoeringsagenda op ziet worden voorbereid of uitgevoerd, onder vermelding van de te realiseren resultaten en daarbij behorende termijnen.
3. Een uitvoeringsagenda houdt rekening met de uitvoerbaarheid en de specifieke omstandigheden van het desbetreffende Land.
4. Als de Uitvoeringsorganisatie en de Werkorganisatie geen overeenstemming bereiken over het concept voor een uitvoeringsagenda of een deel daarvan, treden de Ministers zo spoedig mogelijk met elkaar in overleg om tot overeenstemming te komen. Als dit overleg niet binnen drie weken tot overeenstemming leidt, starten zij een bemiddelingstraject volgens de procedure, bedoeld in artikel 8.
5. De delen van de uitvoeringsagenda waarover bestuurlijke overeenstemming bestaat, worden uitgevoerd met ingang van de periode waarop de uitvoeringsagenda betrekking heeft.
6. Nadat een uitvoeringsagenda in zijn geheel is vastgesteld, wordt deze, na afstemming tussen de Uitvoeringsorganisatie en de Werkorganisatie, toegezonden aan de volksvertegenwoordigingen die het aangaan.
2. Een uitvoeringsagenda bevat in ieder geval de hervormingsprojecten, -programma’s en -maatregelen die in de periode waar de uitvoeringsagenda op ziet worden voorbereid of uitgevoerd, onder vermelding van de te realiseren resultaten en daarbij behorende termijnen.
3. Een uitvoeringsagenda houdt rekening met de uitvoerbaarheid en de specifieke omstandigheden van het desbetreffende Land.
4. Als de Uitvoeringsorganisatie en de Werkorganisatie geen overeenstemming bereiken over het concept voor een uitvoeringsagenda of een deel daarvan, treden de Ministers zo spoedig mogelijk met elkaar in overleg om tot overeenstemming te komen. Als dit overleg niet binnen drie weken tot overeenstemming leidt, starten zij een bemiddelingstraject volgens de procedure, bedoeld in artikel 8.
5. De delen van de uitvoeringsagenda waarover bestuurlijke overeenstemming bestaat, worden uitgevoerd met ingang van de periode waarop de uitvoeringsagenda betrekking heeft.
6. Nadat een uitvoeringsagenda in zijn geheel is vastgesteld, wordt deze, na afstemming tussen de Uitvoeringsorganisatie en de Werkorganisatie, toegezonden aan de volksvertegenwoordigingen die het aangaan.