BWBR0047860
Geldig vanaf 2023-02-08
Artikel 7
Organisatiebesluit BZK 2023
1. De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur.
2. De directie is, naast de beleidsmatige taken zoals genoemd in artikel 6 tweede lid onderdeel b tot en met ivan dit besluit, belast met de departement brede juridische taken en zelfstandige advisering over onder meer:
a. het beheer en onderhoud van de Grondwet en het Statuut;
b. de toetsing van (concept)regelgeving, beleid en maatregelen aan de Grondwet, het Statuut en relevante internationale verdragen, inclusief het EU-recht, alsmede het vervullen van de functie van Coördinatiepunt staatssteun decentrale overheden (CSDO);
c. het opstellen van regelgeving waar de bewindspersonen eerstverantwoordelijk voor zijn;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van nationale en internationale wetgeving waarbij de bewindspersonen mede zijn betrokken;
e. de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om door middel van wetgeving bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de bewindspersonen;
f. het begeleiden en voeren van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke (gerechtelijke) procedures namens de bewindspersonen of de Staat der Nederlanden en de advisering over juridische aangelegenheden in het algemeen, alsmede de advisering in bijzondere opdrachten van bewindspersonen en de ambtelijke top;
g. de rijksbrede stelselverantwoordelijkheid voor de Omgevingswet.
2. De directie is, naast de beleidsmatige taken zoals genoemd in artikel 6 tweede lid onderdeel b tot en met ivan dit besluit, belast met de departement brede juridische taken en zelfstandige advisering over onder meer:
a. het beheer en onderhoud van de Grondwet en het Statuut;
b. de toetsing van (concept)regelgeving, beleid en maatregelen aan de Grondwet, het Statuut en relevante internationale verdragen, inclusief het EU-recht, alsmede het vervullen van de functie van Coördinatiepunt staatssteun decentrale overheden (CSDO);
c. het opstellen van regelgeving waar de bewindspersonen eerstverantwoordelijk voor zijn;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van nationale en internationale wetgeving waarbij de bewindspersonen mede zijn betrokken;
e. de noodzaak, wenselijkheid en mogelijkheid om door middel van wetgeving bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen van de bewindspersonen;
f. het begeleiden en voeren van bestuursrechtelijke en civielrechtelijke (gerechtelijke) procedures namens de bewindspersonen of de Staat der Nederlanden en de advisering over juridische aangelegenheden in het algemeen, alsmede de advisering in bijzondere opdrachten van bewindspersonen en de ambtelijke top;
g. de rijksbrede stelselverantwoordelijkheid voor de Omgevingswet.