BWBR0046995
Geldig vanaf 2023-10-09
Artikel 7
Subsidieregeling Nationaal Groeifonds
De minister beslist afwijzend op een aanvraag:
a. indien niet is voldaan aan artikel 6a;
b. voor zover de activiteiten niet voldoen aan artikel 2, derde lid, van de wet;
c. indien er onvoldoende vertrouwen bestaat dat, mede gelet op de strategische onderbouwing van de activiteiten, de kwaliteit van het activiteitenplan en de voorgestelde samenwerking en governance, de activiteiten direct of indirect zullen bijdragen aan het vergroten van het duurzaam verdienvermogen en tot een positief saldo van maatschappelijke baten en lasten zullen leiden;
d. indien de te verlenen subsidie minder dan € 30.000.000 zou bedragen;
e. ten aanzien van een deelnemer in een samenwerkingsverband, indien de te verlenen subsidie aan de betreffende deelnemer minder dan € 125.000 zou bedragen;
f. voor zover het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen 15 jaar kunnen worden voltooid;
g. voor zover de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
h. voor zover de activiteiten niet voldoen aan de artikelen 22, eerste lid, onderdelen b, c, d, e en f, en 23, onderdelen a, c, d, e, f en g, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, zoals van toepassing verklaard in artikel 16, eerste lid.
a. indien niet is voldaan aan artikel 6a;
b. voor zover de activiteiten niet voldoen aan artikel 2, derde lid, van de wet;
c. indien er onvoldoende vertrouwen bestaat dat, mede gelet op de strategische onderbouwing van de activiteiten, de kwaliteit van het activiteitenplan en de voorgestelde samenwerking en governance, de activiteiten direct of indirect zullen bijdragen aan het vergroten van het duurzaam verdienvermogen en tot een positief saldo van maatschappelijke baten en lasten zullen leiden;
d. indien de te verlenen subsidie minder dan € 30.000.000 zou bedragen;
e. ten aanzien van een deelnemer in een samenwerkingsverband, indien de te verlenen subsidie aan de betreffende deelnemer minder dan € 125.000 zou bedragen;
f. voor zover het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen 15 jaar kunnen worden voltooid;
g. voor zover de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
h. voor zover de activiteiten niet voldoen aan de artikelen 22, eerste lid, onderdelen b, c, d, e en f, en 23, onderdelen a, c, d, e, f en g, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, zoals van toepassing verklaard in artikel 16, eerste lid.