BWBR0046995
Geldig vanaf 2023-10-09
Artikel 12
Subsidieregeling Nationaal Groeifonds
1. De subsidieontvanger voert de activiteiten uit overeenkomstig het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening.
2. De subsidieontvanger meldt aan de minister indien de subsidiabele kosten zoals opgenomen in de mijlpalenplanning in de beschikking tot subsidieverlening meer dan 25% afwijken van de begroting.
3. De minister kan voor het vertragen of het essentieel wijzigen van de wijze van uitvoering van de activiteiten op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, tenzij hierdoor afbreuk wordt gedaan aan doelstellingen van de activiteiten. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
4. De subsidieontvanger verstrekt aan de minister op bij de beschikking tot subsidieverlening te bepalen momenten:
a. een jaarplan voor het eerstvolgende kalenderjaar dat in ieder geval bevat een begroting en een beschrijving van de geplande activiteiten en de te bereiken mijlpalen;
b. een jaarrapportage over het afgelopen kalenderjaar die in ieder geval bevat een overzicht van de gemaakte kosten, de verrichte activiteiten en de bereikte mijlpalen en een toelichting op afwijkingen ten opzichte van het jaarplan van dat kalenderjaar en het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening.
5. In afwijking van het vierde lid, verstrekt de subsidieontvanger voor het kalenderjaar waarin de subsidieverlening plaatsvindt, uitsluitend een jaarrapportage en heeft de toelichting op afwijkingen uitsluitend betrekking op afwijkingen ten opzichte van het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening.
6. De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening:
a. de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid en de artikelen 36, 36a, 38, eerste en tweede lid, 39a, 40 en 41 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, zoals van toepassing verklaard in artikel 16, eerste lid, nader invullen;
b. bepalen dat de verplichtingen, bedoeld in onderdeel a, niet van toepassing zijn;
c. andere verplichtingen opnemen.
7. Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lidwordt verstrekt, staatssteun bevat, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
a. in geval subsidie wordt verstrekt voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur, de verplichtingen bedoeld in artikel 26, tweede tot en met vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. in geval subsidie wordt verstrekt voor de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur, de verplichtingen bedoeld in artikel 26 bis, tweede en derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. in geval subsidie wordt verstrekt voor de bouw, het upgraden of de exploitatie van innovatieclusters, de verplichtingen bedoeld in artikel 27, derde en vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. De subsidieontvanger meldt aan de minister indien de subsidiabele kosten zoals opgenomen in de mijlpalenplanning in de beschikking tot subsidieverlening meer dan 25% afwijken van de begroting.
3. De minister kan voor het vertragen of het essentieel wijzigen van de wijze van uitvoering van de activiteiten op voorafgaand verzoek van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, tenzij hierdoor afbreuk wordt gedaan aan doelstellingen van de activiteiten. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
4. De subsidieontvanger verstrekt aan de minister op bij de beschikking tot subsidieverlening te bepalen momenten:
a. een jaarplan voor het eerstvolgende kalenderjaar dat in ieder geval bevat een begroting en een beschrijving van de geplande activiteiten en de te bereiken mijlpalen;
b. een jaarrapportage over het afgelopen kalenderjaar die in ieder geval bevat een overzicht van de gemaakte kosten, de verrichte activiteiten en de bereikte mijlpalen en een toelichting op afwijkingen ten opzichte van het jaarplan van dat kalenderjaar en het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening.
5. In afwijking van het vierde lid, verstrekt de subsidieontvanger voor het kalenderjaar waarin de subsidieverlening plaatsvindt, uitsluitend een jaarrapportage en heeft de toelichting op afwijkingen uitsluitend betrekking op afwijkingen ten opzichte van het bepaalde in de beschikking tot subsidieverlening.
6. De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening:
a. de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid en de artikelen 36, 36a, 38, eerste en tweede lid, 39a, 40 en 41 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies, zoals van toepassing verklaard in artikel 16, eerste lid, nader invullen;
b. bepalen dat de verplichtingen, bedoeld in onderdeel a, niet van toepassing zijn;
c. andere verplichtingen opnemen.
7. Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lidwordt verstrekt, staatssteun bevat, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
a. in geval subsidie wordt verstrekt voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur, de verplichtingen bedoeld in artikel 26, tweede tot en met vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. in geval subsidie wordt verstrekt voor de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur, de verplichtingen bedoeld in artikel 26 bis, tweede en derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. in geval subsidie wordt verstrekt voor de bouw, het upgraden of de exploitatie van innovatieclusters, de verplichtingen bedoeld in artikel 27, derde en vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.