BWBR0046995
Geldig vanaf 2023-10-09
Artikel 4
Subsidieregeling Nationaal Groeifonds
1. Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, staatssteun bevat, bedraagt de hoogte van de subsidie voor:
a. kennisontwikkeling als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a: het in artikel 31, vierde en vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage, onder de daarvoor geldende voorwaarden, van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel n, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten: het in artikel 25, vijfde tot en met zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage, onder de daarvoor geldende voorwaarden, van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van de bedragen die zijn opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel i, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur: het in artikel 26, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel j, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur: het in artikel 26 bis, vijfde en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel j bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. de bouw, het upgraden of de exploitatie van innovatieclusters: het in artikel 27, zesde en negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel k, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. innovatie van kleine en middelgrote ondernemingen: het in artikel 28, derde en vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage, onder de daarvoor geldende voorwaarden, van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel l, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. proces- en organisatie-innovatie: het in artikel 29, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel m, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, geen staatssteun bevat, bedraagt de hoogte van de subsidie 100 procent van de subsidiabele kosten.
3. De subsidie bedraagt niet meer dan is aangevraagd.
4. Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan toegestaan volgens de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien de subsidie staatssteun bevat, dan wel volgens deze regeling, indien de subsidie geen staatssteun bevat.
5. Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, staatssteun bevat, wordt het bedrag van de subsidie verlaagd voor zover dit nodig is op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
a. kennisontwikkeling als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel a: het in artikel 31, vierde en vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage, onder de daarvoor geldende voorwaarden, van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel n, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten: het in artikel 25, vijfde tot en met zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage, onder de daarvoor geldende voorwaarden, van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van de bedragen die zijn opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel i, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur: het in artikel 26, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel j, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur: het in artikel 26 bis, vijfde en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel j bis, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. de bouw, het upgraden of de exploitatie van innovatieclusters: het in artikel 27, zesde en negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel k, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. innovatie van kleine en middelgrote ondernemingen: het in artikel 28, derde en vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage, onder de daarvoor geldende voorwaarden, van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel l, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. proces- en organisatie-innovatie: het in artikel 29, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening opgenomen percentage van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van het bedrag dat is opgenomen in artikel 4, eerste lid, onderdeel m, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, geen staatssteun bevat, bedraagt de hoogte van de subsidie 100 procent van de subsidiabele kosten.
3. De subsidie bedraagt niet meer dan is aangevraagd.
4. Indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan toegestaan volgens de algemene groepsvrijstellingsverordening, indien de subsidie staatssteun bevat, dan wel volgens deze regeling, indien de subsidie geen staatssteun bevat.
5. Indien een subsidie die op grond van artikel 3, eerste lid, wordt verstrekt, staatssteun bevat, wordt het bedrag van de subsidie verlaagd voor zover dit nodig is op basis van de algemene groepsvrijstellingsverordening.