BWBR0046995
Geldig vanaf 2023-10-09
Artikel 14
Subsidieregeling Nationaal Groeifonds
1. De subsidieontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in uiterlijk dertien weken na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen bij de beschikking tot subsidieverlening een of meer andere tijdstippen worden bepaald, uiterlijk dertien weken na welke de subsidieontvanger een aanvraag om subsidievaststelling indient.
3. Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4. Een aanvraag tot subsidievaststelling bevat ten minste:
a. een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten;
b. een mededeling van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft, is gefinancierd;
c. een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
5. De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de termijn voor het indienen ervan is verstreken.
6. De accountant of accountant-administratieconsulent controleert en stelt de controleverklaring vast met inachtneming van de voorschriften, bedoeld in bijlage 1.3 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.
7. Het vierde lid, aanhef, gelezen in samenhang met de onderdelen b en c, en zesde lid zijn niet van toepassing indien de subsidie is verstrekt aan een gemeente of een provincie of aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
8. De artikelen 17aen 17b van de Financiële-verhoudingswetzijn van overeenkomstige toepassing op een subsidie, niet zijnde een specifieke uitkering, die is verstrekt aan een gemeente of provincie en artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingenis van overeenkomstige toepassing op een subsidie, niet zijnde een specifieke uitkering, die is verstrekt aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie, met dien verstande dat waar in die artikelen sprake is van specifieke uitkering, in plaats daarvan wordt gelezen: subsidie.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen bij de beschikking tot subsidieverlening een of meer andere tijdstippen worden bepaald, uiterlijk dertien weken na welke de subsidieontvanger een aanvraag om subsidievaststelling indient.
3. Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4. Een aanvraag tot subsidievaststelling bevat ten minste:
a. een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten;
b. een mededeling van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft, is gefinancierd;
c. een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
5. De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de termijn voor het indienen ervan is verstreken.
6. De accountant of accountant-administratieconsulent controleert en stelt de controleverklaring vast met inachtneming van de voorschriften, bedoeld in bijlage 1.3 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.
7. Het vierde lid, aanhef, gelezen in samenhang met de onderdelen b en c, en zesde lid zijn niet van toepassing indien de subsidie is verstrekt aan een gemeente of een provincie of aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
8. De artikelen 17aen 17b van de Financiële-verhoudingswetzijn van overeenkomstige toepassing op een subsidie, niet zijnde een specifieke uitkering, die is verstrekt aan een gemeente of provincie en artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingenis van overeenkomstige toepassing op een subsidie, niet zijnde een specifieke uitkering, die is verstrekt aan een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie, met dien verstande dat waar in die artikelen sprake is van specifieke uitkering, in plaats daarvan wordt gelezen: subsidie.