BWBR0046993
Geldig vanaf 2023-07-03
Artikel 18
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 12en 13 van het Kaderbesluit, wijst de minister een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, af voor zover:
a. de activiteiten zullen worden verricht in maatschappelijk vastgoed dat niet is gelegen in Nederland;
b. het maatschappelijk vastgoed na het uitvoeren van de maatregelen een andere bestemming dan maatschappelijk vastgoed krijgt;
c. de aanvraag wordt ingediend door of voor zover de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. er sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig is in Nederland en zodoende in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen;
e. de subsidie wordt aangevraagd voor de projectkosten en energielabelkosten bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a en c, als de bijbehorende activiteiten zijn uitgevoerd voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor subsidie;
f. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds in werking getreden Europese regelgeving of waarmee door ondernemingen niet wordt voldaan aan Unienormen die al zijn vastgesteld maar nog niet in werking zijn getreden;
g. de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht;
h. de subsidie wordt aangevraagd voor gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, tenzij de gebouwde onroerende zaak in eigendom is van een zorgaanbieder;
i. de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouw dat in gebruik is bij een overheidsinstelling met een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m² dat niet beschikt over een geldig energielabel of als voor dat gebouw subsidie wordt aangevraagd voor de energielabelkosten, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder c;
j. de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw dat niet beschikt over ten minste energielabel C, tenzij de energielabel C-verplichting niet van toepassing is ingevolge artikelen 3.87 en 3.87a van het Besluit bouwwerken leefomgeving of het kantoorgebouw ingevolge deze artikelen van de verplichting is uitgezonderd;
k. de subsidie staatssteun bevat en niet kan worden gerechtvaardigd op grond van de artikelen 38 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening of door de reguliere de-minimisverordening met inachtneming van de cumulatiebepalingen van artikel 8, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
l. als de subsidieontvanger een onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming, de gekozen maatregelen niet gezamenlijk leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%; of
m. er reeds een integraal verduurzamingsproject is gesubsidieerd voor dezelfde gebouwde onroerende zaak of op een andere manier reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten.
a. de activiteiten zullen worden verricht in maatschappelijk vastgoed dat niet is gelegen in Nederland;
b. het maatschappelijk vastgoed na het uitvoeren van de maatregelen een andere bestemming dan maatschappelijk vastgoed krijgt;
c. de aanvraag wordt ingediend door of voor zover de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. er sprake is van een onderneming die inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig is in Nederland en zodoende in aanmerking komt voor aftrekposten en fiscale regelingen;
e. de subsidie wordt aangevraagd voor de projectkosten en energielabelkosten bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a en c, als de bijbehorende activiteiten zijn uitgevoerd voorafgaand aan de indiening van de aanvraag voor subsidie;
f. de subsidie wordt aangevraagd voor investeringen die worden gedaan om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan reeds in werking getreden Europese regelgeving of waarmee door ondernemingen niet wordt voldaan aan Unienormen die al zijn vastgesteld maar nog niet in werking zijn getreden;
g. de subsidie wordt aangevraagd voor erkende maatregelen of het installeren van een energiebeheerssysteem voor maatschappelijk vastgoed ter voldoening aan de energiebesparingsplicht;
h. de subsidie wordt aangevraagd voor gebouwde onroerende zaken of gedeelten daarvan met een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, tenzij de gebouwde onroerende zaak in eigendom is van een zorgaanbieder;
i. de subsidie wordt aangevraagd voor een gebouw dat in gebruik is bij een overheidsinstelling met een gebruiksoppervlakte van meer dan 250 m² dat niet beschikt over een geldig energielabel of als voor dat gebouw subsidie wordt aangevraagd voor de energielabelkosten, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder c;
j. de subsidie wordt aangevraagd voor een kantoorgebouw dat niet beschikt over ten minste energielabel C, tenzij de energielabel C-verplichting niet van toepassing is ingevolge artikelen 3.87 en 3.87a van het Besluit bouwwerken leefomgeving of het kantoorgebouw ingevolge deze artikelen van de verplichting is uitgezonderd;
k. de subsidie staatssteun bevat en niet kan worden gerechtvaardigd op grond van de artikelen 38 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening of door de reguliere de-minimisverordening met inachtneming van de cumulatiebepalingen van artikel 8, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
l. als de subsidieontvanger een onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming, de gekozen maatregelen niet gezamenlijk leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%; of
m. er reeds een integraal verduurzamingsproject is gesubsidieerd voor dezelfde gebouwde onroerende zaak of op een andere manier reeds subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteiten.