BWBR0033530
Geldig vanaf 2013-07-01
Artikel 13
Kaderbesluit BZK-subsidies
Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie voor zover:
a. door de toepassing van een de-minimis verordening, een bedrag aan de-minimis steun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van deze verordening;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn kunnen worden voltooid;
d. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;
f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;
g. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;
h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren.
a. door de toepassing van een de-minimis verordening, een bedrag aan de-minimis steun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van deze verordening;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn kunnen worden voltooid;
d. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;
f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;
g. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;
h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren.