BWBR0046993
Geldig vanaf 2023-07-03
Artikel 14
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
1. De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, die minder dan € 25.000 bedraagt direct vast conform artikel 16, tweede lid, onderdeel a van het Kaderbesluit.
2. De minister stelt een subsidie vanaf € 25.000 als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
3. Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, blijkt:
a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten is; en
d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 12, vierde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
4. Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
2. De minister stelt een subsidie vanaf € 25.000 als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
3. Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, blijkt:
a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten is; en
d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 12, vierde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
4. Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.