BWBR0046993
Geldig vanaf 2023-07-03
Artikel 21
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
1. De minister stelt een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, vast nadat de aanvrager een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan de minister heeft verstrekt.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
3. Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, blijkt:
a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten; en
d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 19, zesde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
4. Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.
3. Uit de verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, bedoeld in het tweede lid, blijkt:
a. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
b. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;
c. dat een energielabel is afgegeven na het uitvoeren van de maatregelen indien dat een onderdeel is van de gesubsidieerde activiteiten; en
d. indien het betreft een subsidie als bedoeld in artikel 19, zesde lid: een verklaring dat de aansluiting op gas binnen de gestelde termijn is vervangen.
4. Een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft niet vergezeld te gaan van een controleverklaring.