BWBR0046993
Geldig vanaf 2023-07-03
Artikel 19
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
1. Onverminderd artikel 21 van het Kaderbesluit, is de subsidieontvanger verplicht:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uit te voeren binnen 36 maanden na de subsidieverlening; en
b. de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze.
2. Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
3. De subsidieontvanger die een integraal verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.1 of P.2, uitvoert dient de energielabels te laten opstellen en te laten registreren zoals aangegeven in de beschrijving van het pakket.
4. De subsidieontvanger dient iedere gas- of elektriciteitsaansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswetof artikel 1, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998waar de subsidie betrekking op heeft te koppelen aan een slimme meter.
5. Als de subsidieontvanger een onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming dienen de gekozen maatregelen gezamenlijk te leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%.
6. Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd dienen de activiteiten ten minste te leiden tot het verduurzamen van de warmtevoorziening ter vervanging van de aansluiting op gas.
7. Artikel 19 van het Kaderbesluitis niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b.
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uit te voeren binnen 36 maanden na de subsidieverlening; en
b. de minister te informeren wanneer de activiteiten zijn verricht waarvoor de subsidie is verstrekt, op de in de verleningsbeschikking aangegeven wijze.
2. Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
3. De subsidieontvanger die een integraal verduurzamingspakket als bedoeld in bijlage 3, onderdeel P.1 of P.2, uitvoert dient de energielabels te laten opstellen en te laten registreren zoals aangegeven in de beschrijving van het pakket.
4. De subsidieontvanger dient iedere gas- of elektriciteitsaansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswetof artikel 1, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998waar de subsidie betrekking op heeft te koppelen aan een slimme meter.
5. Als de subsidieontvanger een onderneming is of als de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een onderneming dienen de gekozen maatregelen gezamenlijk te leiden tot een verbetering van de energieprestatie van het gebouw, gemeten in primaire energie van ten minste 20%.
6. Indien de aanvraag betrekking heeft op maatschappelijk vastgoed dat vanaf 2012 is opgeleverd dienen de activiteiten ten minste te leiden tot het verduurzamen van de warmtevoorziening ter vervanging van de aansluiting op gas.
7. Artikel 19 van het Kaderbesluitis niet van toepassing op een subsidie als bedoeld in artikel 3, onderdeel b.