BWBR0045574
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 7.4
Regeling inburgering 2021
1. De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in artikel 24, tweede en derde lid, van de wet, bedraagt zes maanden indien het participatieverklaringstraject dan wel de module Arbeidsmarkt en Participatie niet is afgerond en bedraagt een jaar indien beide onderdelen niet zijn afgerond.
2. De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet, is bij de B1-route of de onderwijsroute afhankelijk van het door de inburgeringsplichtige aantal behaalde examenonderdelen, en wordt als volgt vastgesteld:
a. indien geen examenonderdeel is behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar;
b. indien een examenonderdeel is behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar;
c. indien twee examenonderdelen zijn behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar;
d. indien drie of vier examenonderdelen zijn behaald; wordt een nieuwe termijn vastgesteld van zes maanden.
3. De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet, is bij de zelfredzaamheidsroute bij de asielstatushouder afhankelijk van het aantal bestede uren aan cursusuren Nederlands als tweede taal, aan cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij of aan participatieactiviteiten, en wordt als volgt vastgesteld:
a. bij 400 uren of minder, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar;
b. bij 401 uren tot en met 800 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar;
c. bij 801 uren tot en met 1.200 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar;
d. bij 1.201 uren tot en met 1.599 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van zes maanden.
4. De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet, is bij de zelfredzaamheidsroute bij de gezinsmigrant en overige migrant afhankelijk van het aantal gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal of cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij, en wordt als volgt vastgesteld:
a. bij 200 uren of minder, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar;
b. bij 201 uren tot en met 400 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar;
c. bij 401 uren tot en met 600 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar;
d. bij 601 uren tot en met 799 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een half jaar.
5. Bij toepassing van het derde en vierde lid, tellen uitsluitend de gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal en cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij mee, indien deze zijn gevolgd bij een instelling die voldoet aan het bepaalde op grond van artikel 32 van de wet.
6. De Minister stelt de nieuwe termijn in de boetebeschikking vast conform de ingevolge het eerste tot en met vierde lid, langst vastgestelde nieuwe termijn.
2. De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet, is bij de B1-route of de onderwijsroute afhankelijk van het door de inburgeringsplichtige aantal behaalde examenonderdelen, en wordt als volgt vastgesteld:
a. indien geen examenonderdeel is behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar;
b. indien een examenonderdeel is behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar;
c. indien twee examenonderdelen zijn behaald, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar;
d. indien drie of vier examenonderdelen zijn behaald; wordt een nieuwe termijn vastgesteld van zes maanden.
3. De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet, is bij de zelfredzaamheidsroute bij de asielstatushouder afhankelijk van het aantal bestede uren aan cursusuren Nederlands als tweede taal, aan cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij of aan participatieactiviteiten, en wordt als volgt vastgesteld:
a. bij 400 uren of minder, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar;
b. bij 401 uren tot en met 800 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar;
c. bij 801 uren tot en met 1.200 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar;
d. bij 1.201 uren tot en met 1.599 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van zes maanden.
4. De door de Minister vast te stellen nieuwe termijn, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet, is bij de zelfredzaamheidsroute bij de gezinsmigrant en overige migrant afhankelijk van het aantal gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal of cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij, en wordt als volgt vastgesteld:
a. bij 200 uren of minder, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van twee jaar;
b. bij 201 uren tot en met 400 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van anderhalf jaar;
c. bij 401 uren tot en met 600 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een jaar;
d. bij 601 uren tot en met 799 uren, wordt een nieuwe termijn vastgesteld van een half jaar.
5. Bij toepassing van het derde en vierde lid, tellen uitsluitend de gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal en cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij mee, indien deze zijn gevolgd bij een instelling die voldoet aan het bepaalde op grond van artikel 32 van de wet.
6. De Minister stelt de nieuwe termijn in de boetebeschikking vast conform de ingevolge het eerste tot en met vierde lid, langst vastgestelde nieuwe termijn.