BWBR0045574
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 2.3
Regeling inburgering 2021
1. De inburgeringsplichtige dient een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, d en e, van de wet, in bij de Minister.
2. De Minister geeft binnen 8 weken een beschikking.
3. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 90.
2. De Minister geeft binnen 8 weken een beschikking.
3. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van de wet, is door de inburgeringsplichtige een bedrag verschuldigd van € 90.