BWBR0044770
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 25
Wet inburgering 2021
1. Onze Minister legt een bestuurlijke boete op aan de inburgeringsplichtige die de op grond van artikel 15vastgestelde leerroute niet heeft behaald binnen de in artikel 11, eerste lid, bedoelde termijn, of de op grond van artikel 12verlengde termijn.
2. Artikel 24, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, legt Onze Minister geen boete op als bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18 van de Vreemdelingenwet 2000</a>de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt afgewezen of bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19 van die wet</a>de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt ingetrokken.
2. Artikel 24, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, legt Onze Minister geen boete op als bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18 van de Vreemdelingenwet 2000</a>de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt afgewezen of bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19 van die wet</a>de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt ingetrokken.