BWBR0045574
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 7.2
Regeling inburgering 2021
1. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete, bedoeld in 7.2, tweede lid, van het besluit, voor het niet tijdig afronden van de onderwijsroute wordt gekeken naar:
a. de aanwezigheid van de inburgeringsplichtige bij de lessen van een instelling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet;
b. het aantal keren dat de inburgeringsplichtige examens heeft afgelegd met betrekking tot de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 of kennis van de Nederlandse maatschappij; en
c. het aantal examenonderdelen, bedoeld in onderdeel b, dat de inburgeringsplichtige heeft behaald.
2. De hoogte van de boete wordt vastgesteld aan de hand van de boetetabel zoals opgenomen in bijlage 6bbij deze regeling.
a. de aanwezigheid van de inburgeringsplichtige bij de lessen van een instelling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet;
b. het aantal keren dat de inburgeringsplichtige examens heeft afgelegd met betrekking tot de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 of kennis van de Nederlandse maatschappij; en
c. het aantal examenonderdelen, bedoeld in onderdeel b, dat de inburgeringsplichtige heeft behaald.
2. De hoogte van de boete wordt vastgesteld aan de hand van de boetetabel zoals opgenomen in bijlage 6bbij deze regeling.