BWBR0045419
Geldig vanaf 2023-09-04
Artikel 9
Subsidieregeling STAP-budget
1. De Minister stelt voor elk kalenderjaar een subsidieplafond vast voor subsidies op grond van deze regeling en verdeelt het beschikbare bedrag over zes aanvraagtijdvakken van telkens twee maanden.
2. De maximumgrens van het beschikbare bedrag in een aanvraagtijdvak als bedoeld in het eerste lid wordt bereikt op het moment dat het totaal aan verleende subsidiebedragen als bedoeld in artikel 10, derde lid, in het desbetreffende aanvraagtijdvak gelijk is aan of hoger wordt dan het in het desbetreffende aanvraagtijdvak beschikbare subsidiebedrag.
3. Indien een deel van het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, of van het deel van het beschikbare bedrag, bedoeld in het vierde lid op de laatste dag van dat aanvraagtijdvak om 23.59 uur niet is uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan de middelen van het volgende aanvraagtijdvak van hetzelfde kalenderjaar.
4. De Minister kan in een aanvraagtijdvak als bedoeld in het eerste lid, gelegen na 31 augustus 2022, een deel van het beschikbare bedrag beschikbaar stellen uitsluitend ten behoeve van personen als bedoeld in artikel 8, zesde lid. De Minister maakt het beschikbaar gestelde bedrag, bedoeld in de eerste zin, bekend in de Staatscourant.
5. Het beschikbare subsidiebedrag en de verdeling over de aanvraagtijdvakken voor de jaren na 2022 wordt jaarlijks voor 1 januari in de Staatscourant bekend gemaakt. Gedurende de jaren, gelegen na 2022, kan wijziging plaatsvinden in het beschikbare subsidiebedrag of in de verdeling over de aanvraagtijdvakken, bedoeld in het eerste lid, en in het beschikbare deel, bedoeld in het vierde lid.
6. In afwijking van het eerste lid kan de Minister met het oog op een efficiëntere inrichting van het uitvoeringsproces, een aanvraagtijdvak van twee maanden ten hoogste drie werkdagen korter of langer laten duren. Indien de Minister gebruik maakt van deze bevoegdheid, maakt hij op de website www.stapuwv.nlbekend met ingang van welke datum een aanvraagtijdvak start of eindigt.
7. Indien het vanwege een technische of andere onvoorziene oorzaak niet mogelijk is om een aanvraagtijdvak open te stellen op de dag waarop openstelling was voorzien, maakt de Minister zo spoedig mogelijk op een voor een ieder kenbare wijze bekend wanneer het aanvraagtijdvak wordt opengesteld.
2. De maximumgrens van het beschikbare bedrag in een aanvraagtijdvak als bedoeld in het eerste lid wordt bereikt op het moment dat het totaal aan verleende subsidiebedragen als bedoeld in artikel 10, derde lid, in het desbetreffende aanvraagtijdvak gelijk is aan of hoger wordt dan het in het desbetreffende aanvraagtijdvak beschikbare subsidiebedrag.
3. Indien een deel van het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, of van het deel van het beschikbare bedrag, bedoeld in het vierde lid op de laatste dag van dat aanvraagtijdvak om 23.59 uur niet is uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan de middelen van het volgende aanvraagtijdvak van hetzelfde kalenderjaar.
4. De Minister kan in een aanvraagtijdvak als bedoeld in het eerste lid, gelegen na 31 augustus 2022, een deel van het beschikbare bedrag beschikbaar stellen uitsluitend ten behoeve van personen als bedoeld in artikel 8, zesde lid. De Minister maakt het beschikbaar gestelde bedrag, bedoeld in de eerste zin, bekend in de Staatscourant.
5. Het beschikbare subsidiebedrag en de verdeling over de aanvraagtijdvakken voor de jaren na 2022 wordt jaarlijks voor 1 januari in de Staatscourant bekend gemaakt. Gedurende de jaren, gelegen na 2022, kan wijziging plaatsvinden in het beschikbare subsidiebedrag of in de verdeling over de aanvraagtijdvakken, bedoeld in het eerste lid, en in het beschikbare deel, bedoeld in het vierde lid.
6. In afwijking van het eerste lid kan de Minister met het oog op een efficiëntere inrichting van het uitvoeringsproces, een aanvraagtijdvak van twee maanden ten hoogste drie werkdagen korter of langer laten duren. Indien de Minister gebruik maakt van deze bevoegdheid, maakt hij op de website www.stapuwv.nlbekend met ingang van welke datum een aanvraagtijdvak start of eindigt.
7. Indien het vanwege een technische of andere onvoorziene oorzaak niet mogelijk is om een aanvraagtijdvak open te stellen op de dag waarop openstelling was voorzien, maakt de Minister zo spoedig mogelijk op een voor een ieder kenbare wijze bekend wanneer het aanvraagtijdvak wordt opengesteld.