BWBR0045419
Geldig vanaf 2023-09-04
Artikel 16
Subsidieregeling STAP-budget
1. Nadat de opleider een STAP-aanmeldingsbewijs heeft verstrekt en de subsidie is verleend aan de subsidieaanvrager, zijn in verband met de betaling van het voorschot de navolgende verplichtingen van toepassing op de opleider.
2. De opleider verstrekt aan de Minister vanaf drie weken voor de startdatum van de scholing, maar uiterlijk binnen dertien weken na afronding van de scholing, een elektronische factuur volgens een door UWV verstrekt format, waarbij tevens het registratienummer van de beschikking tot subsidieverlening vermeld wordt.
3. Indien de subsidieontvanger, nadat betaling van het voorschot aan de opleider heeft plaatsgevonden, doch voor de startdatum van de scholing, de aanmelding bij de opleider tijdig heeft geannuleerd:
a. meldt de opleider het niet starten van deze scholing onverwijld aan de Minister; en
b. betaalt de opleider het voorschot onverwijld terug aan de Minister.
4. Indien de gesubsidieerde scholing niet kan starten of niet kan worden afgerond vanwege een omstandigheid die op grond van de algemene voorwaarden van de opleider in de risicosfeer van de opleider ligt:
a. meldt de opleider onverwijld aan de Minister dat de scholing niet kan starten of niet kan worden afgerond onder vermelding van de reden daarvan; en
b. betaalt de opleider het voorschot onverwijld terug aan de Minister.
5. Na de einddatum van de scholing verstrekt de opleider binnen dertien weken aan de Minister een bewijs van deelname waaruit blijkt of de subsidieontvanger de scholing heeft afgerond.
6. De opleider vermeldt op het bewijs van deelname de persoon die de scholing heeft gevolgd, diens studentnummer of inschrijfnummer bij de scholing, het aanwezigheids- of deelnemingspercentage, of de scholing is afgerond met een diploma of certificaat, dan wel met de intekening, de deelname of de beoordelingen, bedoeld in artikel 14, tweede lid.
7. Na de verstrekking van het STAP-aanmeldingsbewijs kan de opleider voor de startdatum van de scholing aan de Minister aanmeldingsinformatie verstrekken aan de hand van het door het UWV verstrekt format ‘Vooraanmelding’.
8. De meldingen en de verstrekkingen, bedoeld in het tweede tot en met zevende lid, worden langs elektronische weg gedaan.
9. De opleider verleent desgevraagd alle medewerking aan door of namens de Minister uit te voeren risicogerichte, aselecte en vergelijkende onderzoeken naar de algemene kwaliteit en inzet van subsidieontvangers ten aanzien van de door dezen aangevraagde en bij hem gevolgde scholing.
2. De opleider verstrekt aan de Minister vanaf drie weken voor de startdatum van de scholing, maar uiterlijk binnen dertien weken na afronding van de scholing, een elektronische factuur volgens een door UWV verstrekt format, waarbij tevens het registratienummer van de beschikking tot subsidieverlening vermeld wordt.
3. Indien de subsidieontvanger, nadat betaling van het voorschot aan de opleider heeft plaatsgevonden, doch voor de startdatum van de scholing, de aanmelding bij de opleider tijdig heeft geannuleerd:
a. meldt de opleider het niet starten van deze scholing onverwijld aan de Minister; en
b. betaalt de opleider het voorschot onverwijld terug aan de Minister.
4. Indien de gesubsidieerde scholing niet kan starten of niet kan worden afgerond vanwege een omstandigheid die op grond van de algemene voorwaarden van de opleider in de risicosfeer van de opleider ligt:
a. meldt de opleider onverwijld aan de Minister dat de scholing niet kan starten of niet kan worden afgerond onder vermelding van de reden daarvan; en
b. betaalt de opleider het voorschot onverwijld terug aan de Minister.
5. Na de einddatum van de scholing verstrekt de opleider binnen dertien weken aan de Minister een bewijs van deelname waaruit blijkt of de subsidieontvanger de scholing heeft afgerond.
6. De opleider vermeldt op het bewijs van deelname de persoon die de scholing heeft gevolgd, diens studentnummer of inschrijfnummer bij de scholing, het aanwezigheids- of deelnemingspercentage, of de scholing is afgerond met een diploma of certificaat, dan wel met de intekening, de deelname of de beoordelingen, bedoeld in artikel 14, tweede lid.
7. Na de verstrekking van het STAP-aanmeldingsbewijs kan de opleider voor de startdatum van de scholing aan de Minister aanmeldingsinformatie verstrekken aan de hand van het door het UWV verstrekt format ‘Vooraanmelding’.
8. De meldingen en de verstrekkingen, bedoeld in het tweede tot en met zevende lid, worden langs elektronische weg gedaan.
9. De opleider verleent desgevraagd alle medewerking aan door of namens de Minister uit te voeren risicogerichte, aselecte en vergelijkende onderzoeken naar de algemene kwaliteit en inzet van subsidieontvangers ten aanzien van de door dezen aangevraagde en bij hem gevolgde scholing.