BWBR0045419
Geldig vanaf 2023-09-04
Artikel 5
Subsidieregeling STAP-budget
1. De Minister kan subsidie verstrekken aan een persoon die een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt ten behoeve van een door hem te volgen scholing die in het scholingsregister is vermeld en hierin niet is uitgesloten.
2. Er is sprake van een band met de Nederlandse arbeidsmarkt indien de subsidieaanvrager:
a. ten tijde van de aanvraag achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt; en
b. in de periode van twee jaar en drie maanden tot drie maanden voor de kalendermaand van zijn aanvraag gedurende ten minste zes maanden verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen.
3. De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een scholing die start:
a. vanaf vier weken na de dag van de subsidieaanvraag en binnen drie maanden na de sluiting van het aanvraagtijdvak waarin de subsidieaanvraag is ingediend; of
b. op een later gelegen dag die redelijkerwijs nodig is, indien het voor de opleider niet mogelijk is de scholing binnen het in onderdeel a genoemde tijdvak te starten.
4. De Minister verstrekt geen subsidie voor een scholing, indien de subsidieaanvrager ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 30 jaren nog niet heeft bereikt en:
a. de te subsidiëren scholing kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of
b. de te subsidiëren scholing kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
5. De Minister verstrekt geen subsidie voor een scholing, voor zover de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de scholing reeds subsidie op grond van een andere regeling strekkend tot subsidiëring van een opleiding of scholing ontvangt of zal ontvangen.
6. De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor zover de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de scholing geen bijdrage van een derde, anders dan bedoeld in het vijfde lid, heeft ontvangen of zal ontvangen.
7. Indien een aanvraagtijdvak vanwege de situatie bedoeld in artikel 9, zevende lid, later wordt opengesteld, wordt in afwijking van het derde lid, onderdeel a, voor de periode waarin de scholing start gerekend vanaf de dag na die waarop openstelling van het aanvraagtijdvak oorspronkelijk was voorzien.
2. Er is sprake van een band met de Nederlandse arbeidsmarkt indien de subsidieaanvrager:
a. ten tijde van de aanvraag achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt; en
b. in de periode van twee jaar en drie maanden tot drie maanden voor de kalendermaand van zijn aanvraag gedurende ten minste zes maanden verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen.
3. De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een scholing die start:
a. vanaf vier weken na de dag van de subsidieaanvraag en binnen drie maanden na de sluiting van het aanvraagtijdvak waarin de subsidieaanvraag is ingediend; of
b. op een later gelegen dag die redelijkerwijs nodig is, indien het voor de opleider niet mogelijk is de scholing binnen het in onderdeel a genoemde tijdvak te starten.
4. De Minister verstrekt geen subsidie voor een scholing, indien de subsidieaanvrager ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 30 jaren nog niet heeft bereikt en:
a. de te subsidiëren scholing kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.8, 2.10 en 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000; of
b. de te subsidiëren scholing kan worden aangemerkt als een onderwijssoort als bedoeld in de artikelen 2.9 of 2.10 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
5. De Minister verstrekt geen subsidie voor een scholing, voor zover de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de scholing reeds subsidie op grond van een andere regeling strekkend tot subsidiëring van een opleiding of scholing ontvangt of zal ontvangen.
6. De Minister verstrekt uitsluitend subsidie voor zover de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de scholing geen bijdrage van een derde, anders dan bedoeld in het vijfde lid, heeft ontvangen of zal ontvangen.
7. Indien een aanvraagtijdvak vanwege de situatie bedoeld in artikel 9, zevende lid, later wordt opengesteld, wordt in afwijking van het derde lid, onderdeel a, voor de periode waarin de scholing start gerekend vanaf de dag na die waarop openstelling van het aanvraagtijdvak oorspronkelijk was voorzien.