BWBR0045419
Geldig vanaf 2023-09-04
Artikel 8
Subsidieregeling STAP-budget
1. De subsidieaanvrager kan een subsidieaanvraag indienen vanaf 1 maart 2022 door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier.
2. De subsidieaanvraag wordt voor aanvang van de scholing of het opleidingsjaar ingediend.
3. In de subsidieaanvraag wordt opgenomen:
a. het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer van de subsidieaanvrager;
b. de scholing waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
c. de startdatum van de scholing en de verwachte datum van afronding van de scholing, zoals vastgesteld door de opleider;
d. indien sprake is van een meerjarige scholing, de totale verwachte duur van de scholing, zoals vastgesteld door de opleider;
e. als bijlage bij de subsidieaanvraag het STAP-aanmeldingsbewijs voor de scholing;
f. indien van toepassing, het opleidingsjaar van de meerjarige scholing waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
g. de hoogst afgeronde opleiding van de subsidieaanvrager;
h. de arbeidsmarktpositie van de subsidieaanvrager ten tijde van zijn aanvraag;
i. indien de subsidieaanvrager ten tijde van zijn aanvraag werkzaam is, de aard van de werkzaamheden die hij verricht; en
j. het beoogde arbeidsmarktdoel dat de subsidieaanvrager heeft met het volgen van de scholing.
4. Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal gaan aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Indien indiening van een subsidieaanvraag door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier als bedoeld in het eerste lid voor een persoon die een aanvraag wil doen, naar het oordeel van het UWV niet mogelijk is door in deze persoon gelegen factoren van welke aard ook die deze persoon niet kunnen worden aangerekend, voorziet de Minister op daartoe strekkend verzoek van die persoon in een zodanige faciliteit dat deze persoon een aanvraag als bedoeld in dit artikel kan doen.
2. De subsidieaanvraag wordt voor aanvang van de scholing of het opleidingsjaar ingediend.
3. In de subsidieaanvraag wordt opgenomen:
a. het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer van de subsidieaanvrager;
b. de scholing waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
c. de startdatum van de scholing en de verwachte datum van afronding van de scholing, zoals vastgesteld door de opleider;
d. indien sprake is van een meerjarige scholing, de totale verwachte duur van de scholing, zoals vastgesteld door de opleider;
e. als bijlage bij de subsidieaanvraag het STAP-aanmeldingsbewijs voor de scholing;
f. indien van toepassing, het opleidingsjaar van de meerjarige scholing waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
g. de hoogst afgeronde opleiding van de subsidieaanvrager;
h. de arbeidsmarktpositie van de subsidieaanvrager ten tijde van zijn aanvraag;
i. indien de subsidieaanvrager ten tijde van zijn aanvraag werkzaam is, de aard van de werkzaamheden die hij verricht; en
j. het beoogde arbeidsmarktdoel dat de subsidieaanvrager heeft met het volgen van de scholing.
4. Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal gaan aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Indien indiening van een subsidieaanvraag door middel van een door de Minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier als bedoeld in het eerste lid voor een persoon die een aanvraag wil doen, naar het oordeel van het UWV niet mogelijk is door in deze persoon gelegen factoren van welke aard ook die deze persoon niet kunnen worden aangerekend, voorziet de Minister op daartoe strekkend verzoek van die persoon in een zodanige faciliteit dat deze persoon een aanvraag als bedoeld in dit artikel kan doen.