BWBR0045419
Geldig vanaf 2023-09-04
Artikel 26
Subsidieregeling STAP-budget
1. Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de lasten verbonden aan deze regeling.
2. Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
3. In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
4. Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de Minister in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde lasten met betrekking tot deze regeling.
5. De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde subsidielasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. De Minister kan, na overleg met het UWV, van de bedoelde voorschotbedragen afwijken.
6. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in het vijfde lid, uitgesplitst naar subsidielasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot deze regeling.
7. Op de in het zesde lid bedoelde subsidielasten komen in mindering de subsidiebedragen die op grond van artikel 18zijn teruggevorderd en de bedragen die anderszins zijn terugbetaald.
8. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in het vijfde lid, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het daarop volgende kalenderjaar.
2. Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
3. In verband met het middelenbeheer wordt de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, beschouwd als middelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
4. Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de Minister in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde lasten met betrekking tot deze regeling.
5. De Minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op de rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde subsidielasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. De Minister kan, na overleg met het UWV, van de bedoelde voorschotbedragen afwijken.
6. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, worden de baten en lasten opgenomen, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in het vijfde lid, uitgesplitst naar subsidielasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot deze regeling.
7. Op de in het zesde lid bedoelde subsidielasten komen in mindering de subsidiebedragen die op grond van artikel 18zijn teruggevorderd en de bedragen die anderszins zijn terugbetaald.
8. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in het vijfde lid, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het daarop volgende kalenderjaar.