BWBR0045389
Geldig vanaf 2021-10-01
Artikel 92
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021
1. Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:
a. het basisbedrag voor subsidie voor de vermindering van broeikasgas, bedoeld in artikel 55f, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
b. voor de vermindering van broeikasgas het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in artikel 55j, vijfde lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren;
c. het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, eerste lid, van het besluit, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en
d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2021 vastgesteld op: 1°. voor de prijs van het primaire product, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
2°. voor de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, op € 0 per kWh; en
3°. voor de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
1°. voor de prijs van het primaire product, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
2°. voor de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, op € 0 per kWh; en
3°. voor de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
[tabel]
[tabel]
2. De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 73, eerste lid, en 79, eerste lid, die in aanmerking komt voor subsidie, bedraagt ten hoogste 5000 vollasturen, tenzij de productie bij het respectievelijke aantal vollasturen, in de onderstaande tabel lager is in een bepaald kalanderjaar, dan geldt dat maximum aantal vollasturen.
[tabel]
a. het basisbedrag voor subsidie voor de vermindering van broeikasgas, bedoeld in artikel 55f, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
b. voor de vermindering van broeikasgas het maximaal aantal vollasturen, bedoeld in artikel 55j, vijfde lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren;
c. het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, eerste lid, van het besluit, voor de vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het in de vijfde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag; en
d. de correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2021 vastgesteld op: 1°. voor de prijs van het primaire product, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
2°. voor de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, op € 0 per kWh; en
3°. voor de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
1°. voor de prijs van het primaire product, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, het in de zesde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag;
2°. voor de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, op € 0 per kWh; en
3°. voor de correcties, bedoeld in artikel 55i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, het in de zevende kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
[tabel]
[tabel]
2. De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 73, eerste lid, en 79, eerste lid, die in aanmerking komt voor subsidie, bedraagt ten hoogste 5000 vollasturen, tenzij de productie bij het respectievelijke aantal vollasturen, in de onderstaande tabel lager is in een bepaald kalanderjaar, dan geldt dat maximum aantal vollasturen.
[tabel]