BWBR0045389
Geldig vanaf 2021-10-01
Artikel 81
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof, die in Nederland worden geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie vervoer, bedoeld in paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer, en die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee:
a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017;
b. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting;
c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of
d. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit gehydrogeneerde pyrolyse-olie uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017.
2. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.
3. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en d, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.
a. bioethanol wordt geproduceerd uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017;
b. bioLNG wordt geproduceerd door middel van monomestvergisting;
c. bioLNG wordt geproduceerd door middel van allesvergisting; of
d. diesel- en benzinevervangers worden geproduceerd uit gehydrogeneerde pyrolyse-olie uit vaste lignocellulosehoudende biomassa, waarvan maximaal 50% B-Hout is als bedoeld in nummers 170 t/m 179 van de NTA 8003: 2017.
2. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.
3. De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en d, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.