BWBR0043772
Geldig vanaf 01-07-2020
Artikel 6
Klachtenregeling Toepassing taakuitoefening Beleidsregel CBS en Regeling werkzaamheden derden CBS
1. De Directeur-Generaal stelt de klachtencommissie in en benoemt naast de onafhankelijke voorzitter tenminste twee leden.
2. De voorzitter en leden dienen relaties te hebben met de overheid en bedrijfsleven en kennis te hebben van (mededingings)recht.
3. De klachtencommissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.
4. De klachtencommissie bestaat in een concreet geval uit ten minste twee leden en de voorzitter van de klachtencommissie en komt eens per maand bij elkaar, indien zich een klacht voordoet.
5. De voorzitter en de leden hebben een zittingstermijn van 3 jaar. Deze termijn kan éénmaal met 3 jaar worden verlengd.
6. De klachtencommissie heeft tot taak:
a. te beslissen over de ontvankelijkheid van een bij de klachtencommissie ingediende klacht;
b. deze klacht te onderzoeken;
c. de Directeur-Generaal schriftelijk en gemotiveerd te adviseren over de gegrondheid van de klacht ofwel over de vraag of het door de klager gestelde aannemelijk is;
d. de Directeur-Generaal schriftelijk en gemotiveerd te adviseren over de eventueel op te leggen maatregel.
7. De Directeur-Generaal kan gedurende het onderzoek en na overleg met de voorzitter van de klachtencommissie, tijdelijke maatregelen treffen alsmede een specifiek onderzoek doen instellen. In dit laatste geval kan de Directeur-Generaal besluiten tot het opschorten van de termijn als genoemd in artikel 11, lid 1 van deze regeling.
2. De voorzitter en leden dienen relaties te hebben met de overheid en bedrijfsleven en kennis te hebben van (mededingings)recht.
3. De klachtencommissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.
4. De klachtencommissie bestaat in een concreet geval uit ten minste twee leden en de voorzitter van de klachtencommissie en komt eens per maand bij elkaar, indien zich een klacht voordoet.
5. De voorzitter en de leden hebben een zittingstermijn van 3 jaar. Deze termijn kan éénmaal met 3 jaar worden verlengd.
6. De klachtencommissie heeft tot taak:
a. te beslissen over de ontvankelijkheid van een bij de klachtencommissie ingediende klacht;
b. deze klacht te onderzoeken;
c. de Directeur-Generaal schriftelijk en gemotiveerd te adviseren over de gegrondheid van de klacht ofwel over de vraag of het door de klager gestelde aannemelijk is;
d. de Directeur-Generaal schriftelijk en gemotiveerd te adviseren over de eventueel op te leggen maatregel.
7. De Directeur-Generaal kan gedurende het onderzoek en na overleg met de voorzitter van de klachtencommissie, tijdelijke maatregelen treffen alsmede een specifiek onderzoek doen instellen. In dit laatste geval kan de Directeur-Generaal besluiten tot het opschorten van de termijn als genoemd in artikel 11, lid 1 van deze regeling.
- Wet
- Klachtenregeling Toepassing taakuitoefening Beleidsregel CBS en Regeling werkzaamheden derden CBS
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043772
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl