BWBR0043598
Geldig vanaf 2020-06-05
Artikel 3
Subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma aanvullend op voorschoolse educatie 2020–2021
1. De Minister verstrekt subsidie aan een houder van een kindercentrum om op een instelling een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve te organiseren in de periode vanaf de dag na de ontvangst van de subsidieaanvraag tot en met 9 januari 2022 voor ten minste drie ve-peuters.
2. Een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve is een aanbod waar ve-peuters gebruik van maken vanwege achterstanden als gevolg van de uitbraak van COVID-19:
a. van minimaal 1 week, aanvullend op maar buiten het reguliere programma en buiten de reguliere weken van voorschoolse educatie, met als doel om een ve-peuter extra ondersteuning te bieden van ten minste 10 uur en ten hoogste 16 uur per week; of
b. aanvullend op maar buiten het reguliere programma, in de reguliere weken van voorschoolse educatie, met als doel om een ve-peuter extra ondersteuning te bieden van ten minste 1 uur per week gedurende meerdere weken, waarbij het maximum totale aanbod van 6 uur per dag niet wordt overschreden.
3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten waarvoor de instelling reeds vanuit het Rijk of een gemeente bekostiging ontvangt.
2. Een inhaal- en ondersteuningsprogramma ve is een aanbod waar ve-peuters gebruik van maken vanwege achterstanden als gevolg van de uitbraak van COVID-19:
a. van minimaal 1 week, aanvullend op maar buiten het reguliere programma en buiten de reguliere weken van voorschoolse educatie, met als doel om een ve-peuter extra ondersteuning te bieden van ten minste 10 uur en ten hoogste 16 uur per week; of
b. aanvullend op maar buiten het reguliere programma, in de reguliere weken van voorschoolse educatie, met als doel om een ve-peuter extra ondersteuning te bieden van ten minste 1 uur per week gedurende meerdere weken, waarbij het maximum totale aanbod van 6 uur per dag niet wordt overschreden.
3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor activiteiten waarvoor de instelling reeds vanuit het Rijk of een gemeente bekostiging ontvangt.