BWBR0041185
Geldig vanaf 2018-07-24
Artikel 3
Regeling Inspectie van het onderwijs 2018
1. De inspectie stelt jaarlijks uiterlijk op de derde woensdag van mei het verslag over de staat van het onderwijs vast. In dit verslag wordt in ieder geval aandacht besteed aan de beleidsgebieden die zijn opgenomen in het jaarwerkplan.
2. Het verslag bevat in ieder geval:
a. de belangrijkste kwalitatieve ontwikkelingen van het Nederlandse onderwijs;
b. een beoordeling van de onder a bedoelde ontwikkelingen, voor zover mogelijk in relatie tot relevante ontwikkelingen in de Nederland omringende landen; en
c. algemene informatie over de naleving van wettelijke voorschriften door de instellingen.
3. De ontwikkeling van het onderwijs, in het bijzonder de kwaliteit ervan, wordt in het verslag zoveel mogelijk in een meerjarige context geplaatst, opdat trends zichtbaar worden.
4. De inspectie stelt de teksten van het verslag tijdig aan het ministerie ter beschikking ten behoeve van een controle op de in het verslag opgenomen feiten en ten behoeve van de voorbereiding op ambtelijk niveau van een volledige en adequate beleidsreactie van de Minister. Ten minste zes weken voor het tijdstip van verzending van het verslag aan de Staten-Generaal stelt de inspectie de integrale tekst van het verslag aan het ministerie ter beschikking.
5. Ten minste acht weken voor het tijdstip van verzending, bedoeld in het vierde lid, informeert de inspectie de Minister over de belangrijkste bevindingen uit het verslag. In het regulier overleg, bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden afspraken gemaakt over de presentatie van het verslag en de beleidsreactie.
6. Ten minste twee weken voor het tijdstip van verzending, bedoeld in het vierde lid, ontvangt de Minister het definitieve verslag. Het verslag is geheim tot aan het tijdstip van de verzending aan de Staten-Generaal.
2. Het verslag bevat in ieder geval:
a. de belangrijkste kwalitatieve ontwikkelingen van het Nederlandse onderwijs;
b. een beoordeling van de onder a bedoelde ontwikkelingen, voor zover mogelijk in relatie tot relevante ontwikkelingen in de Nederland omringende landen; en
c. algemene informatie over de naleving van wettelijke voorschriften door de instellingen.
3. De ontwikkeling van het onderwijs, in het bijzonder de kwaliteit ervan, wordt in het verslag zoveel mogelijk in een meerjarige context geplaatst, opdat trends zichtbaar worden.
4. De inspectie stelt de teksten van het verslag tijdig aan het ministerie ter beschikking ten behoeve van een controle op de in het verslag opgenomen feiten en ten behoeve van de voorbereiding op ambtelijk niveau van een volledige en adequate beleidsreactie van de Minister. Ten minste zes weken voor het tijdstip van verzending van het verslag aan de Staten-Generaal stelt de inspectie de integrale tekst van het verslag aan het ministerie ter beschikking.
5. Ten minste acht weken voor het tijdstip van verzending, bedoeld in het vierde lid, informeert de inspectie de Minister over de belangrijkste bevindingen uit het verslag. In het regulier overleg, bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden afspraken gemaakt over de presentatie van het verslag en de beleidsreactie.
6. Ten minste twee weken voor het tijdstip van verzending, bedoeld in het vierde lid, ontvangt de Minister het definitieve verslag. Het verslag is geheim tot aan het tijdstip van de verzending aan de Staten-Generaal.