BWBR0041185
Geldig vanaf 2018-07-24
Artikel 15
Regeling Inspectie van het onderwijs 2018
1. De Minister, de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, en de secretaris-generaal voeren ten minste vier keer per jaar overleg met de inspecteur-generaal over de hoofdlijnen van de uitoefening en de resultaten van het toezicht door de inspectie, met inbegrip van ontwikkelingen binnen de werkwijze van de inspectie en casuïstiek.
2. De secretaris-generaal en de inspecteur-generaal voeren maandelijks, dan wel vaker indien daartoe aanleiding bestaat, overleg over lopende zaken die het toezicht en de bedrijfsvoering van de inspectie betreffen.
3. De inspecteur-generaal voert ten minste twee keer per jaar overleg met de directeuren-generaal en het management van de beleidsdirecties over lange-termijnontwikkelingen binnen beleid en toezicht en de waarnemingen van de inspectie en van beleid.
2. De secretaris-generaal en de inspecteur-generaal voeren maandelijks, dan wel vaker indien daartoe aanleiding bestaat, overleg over lopende zaken die het toezicht en de bedrijfsvoering van de inspectie betreffen.
3. De inspecteur-generaal voert ten minste twee keer per jaar overleg met de directeuren-generaal en het management van de beleidsdirecties over lange-termijnontwikkelingen binnen beleid en toezicht en de waarnemingen van de inspectie en van beleid.