BWBR0041130
Geldig vanaf 2018-07-11
Artikel 3
Procedureregeling met betrekking tot het behandelen van meldingen inzake vermoedens van misstanden AIVD
1. De minister wijst een of meer vertrouwenspersonen aan binnen de AIVD.
2. De vertrouwenspersoon heeft in elk geval tot taak:
a. een melder op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand;
b. de secretaris-generaal, door tussenkomst van de directeur-generaal of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend directeur-generaal, te informeren over een melding.
3. Een melder kan een in het kader van deze regeling aangewezen vertrouwenspersoon in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.
4. De vertrouwenspersoon maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder schriftelijke instemming van de melder.
2. De vertrouwenspersoon heeft in elk geval tot taak:
a. een melder op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand;
b. de secretaris-generaal, door tussenkomst van de directeur-generaal of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend directeur-generaal, te informeren over een melding.
3. Een melder kan een in het kader van deze regeling aangewezen vertrouwenspersoon in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.
4. De vertrouwenspersoon maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder schriftelijke instemming van de melder.