BWBR0041130
Geldig vanaf 2018-07-11
Artikel 2
Procedureregeling met betrekking tot het behandelen van meldingen inzake vermoedens van misstanden AIVD
1. De minister draagt er zorg voor dat een melder als gevolg van het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand, of een vertrouwenspersoon vanwege diens functie bij de uitoefening daarvan, geen nadelige gevolgen ondervindt tijdens en na de behandeling van de melding.
2. Ten aanzien van een direct leidinggevende, een hogere leidinggevende, de BVA, een vertrouwenspersoon, een lid van de interne commissie of een lid van de gezamenlijke commissie wordt vanwege de uitoefening van zijn of haar taken op basis van dit besluit geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn of haar rechtspositie.
2. Ten aanzien van een direct leidinggevende, een hogere leidinggevende, de BVA, een vertrouwenspersoon, een lid van de interne commissie of een lid van de gezamenlijke commissie wordt vanwege de uitoefening van zijn of haar taken op basis van dit besluit geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn of haar rechtspositie.