BWBR0041050
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 9
Regeling energie vervoer
1. De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt.
2. De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van de aansluiting.
3. De hoeveelheid met een directe lijn geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt is de hoeveelheid geleverde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt en die voor die lijn door garanties van oorsprong voor niet-netlevering van duurzame elektriciteit vergroend wordt.
4. De geleverde hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het vorige lid, heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid elektriciteit die op de garanties van oorsprong vermeld is.
5. De garanties van oorsprong, bedoeld in het tweede lid:
a. zijn voorafgaand aan het inboeken van de hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het tweede lid, op de rekening van de emissieautoriteit, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong geboekt;
b. hebben een einddatum van geldigheid die ligt op of na de einddatum van de bij de inboeking opgegeven periode van de levering van de elektriciteit;
c. hebben betrekking op in Nederland geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.
2. De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van de aansluiting.
3. De hoeveelheid met een directe lijn geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt is de hoeveelheid geleverde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt en die voor die lijn door garanties van oorsprong voor niet-netlevering van duurzame elektriciteit vergroend wordt.
4. De geleverde hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het vorige lid, heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid elektriciteit die op de garanties van oorsprong vermeld is.
5. De garanties van oorsprong, bedoeld in het tweede lid:
a. zijn voorafgaand aan het inboeken van de hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het tweede lid, op de rekening van de emissieautoriteit, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong geboekt;
b. hebben een einddatum van geldigheid die ligt op of na de einddatum van de bij de inboeking opgegeven periode van de levering van de elektriciteit;
c. hebben betrekking op in Nederland geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.