BWBR0041050
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 6
Regeling energie vervoer
1. De hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C, of de fysieke hoeveelheid in kilogrammen, die blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt.
2. Voor een hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van de desbetreffende opslaglocatie een bewijs van duurzaamheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Bij vermenging in een opslagtank van een fysieke hoeveelheid vloeibare biobrandstof met een hoeveelheid vloeibare fossiele brandstof wordt de biobrandstof bij deelleveringen uit dat mengsel in gelijke percentages aan die deelleveringen toegekend.
4. Voor het aantonen dat een fysieke hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof is geleverd aan de Nederlandse markt, voldoet de inboeker aan de in bijlage 1, deel B, genoemde eisen.
5. Voor zover een hoeveelheid vloeibare biobrandstof in een brandstof of aan een bestemming is geleverd die niet in bijlage 1, deel A, is vermeld, is de inboeking niet toegestaan.
6. Indien de geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt, dan komt de aard van de grondstof van het bewijs van duurzaamheid overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring.
2. Voor een hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van de desbetreffende opslaglocatie een bewijs van duurzaamheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Bij vermenging in een opslagtank van een fysieke hoeveelheid vloeibare biobrandstof met een hoeveelheid vloeibare fossiele brandstof wordt de biobrandstof bij deelleveringen uit dat mengsel in gelijke percentages aan die deelleveringen toegekend.
4. Voor het aantonen dat een fysieke hoeveelheid ingeboekte vloeibare biobrandstof is geleverd aan de Nederlandse markt, voldoet de inboeker aan de in bijlage 1, deel B, genoemde eisen.
5. Voor zover een hoeveelheid vloeibare biobrandstof in een brandstof of aan een bestemming is geleverd die niet in bijlage 1, deel A, is vermeld, is de inboeking niet toegestaan.
6. Indien de geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof als dubbel tellend ingeboekt wordt, dan komt de aard van de grondstof van het bewijs van duurzaamheid overeen met de aard van de grondstof van de dubbeltellingverklaring.