BWBR0041050
Geldig vanaf 2018-07-01
Artikel 20
Regeling energie vervoer
1. Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg een overzicht van de administratieve organisatie, bedoeld in artikel 10.
2. Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg voorts de volgende gegevens:
a. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en
4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en
4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
b. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof wil inboeken: 1°. bij levering met het gastransportnet: het EAN van de gasaansluiting of gasaansluitingen en de naam van de netbeheerder van die gasaansluiting of gasaansluitingen, dan wel bij levering met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°. het adres waar de gasaansluiting of aansluitingen, dan wel het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten zich bevinden;
3°. bij levering met het gastransportnet: een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op het gastransportnet in te winnen.
1°. bij levering met het gastransportnet: het EAN van de gasaansluiting of gasaansluitingen en de naam van de netbeheerder van die gasaansluiting of gasaansluitingen, dan wel bij levering met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°. het adres waar de gasaansluiting of aansluitingen, dan wel het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten zich bevinden;
3°. bij levering met het gastransportnet: een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op het gastransportnet in te winnen.
c. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen;
3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en
4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen;
3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en
4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
d. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de locatie of locaties voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland;
2°. afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit;
3°. in geval van het leveren van een gasvormige hernieuwbare brandstof met een waterstofcontainer: de naam en het adres van de locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd;
4°. bewijs dat de locatie, bedoeld onder sub 3, gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is.
1°. de naam en het vestigingsadres van de locatie of locaties voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland;
2°. afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit;
3°. in geval van het leveren van een gasvormige hernieuwbare brandstof met een waterstofcontainer: de naam en het adres van de locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd;
4°. bewijs dat de locatie, bedoeld onder sub 3, gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is.
e. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid elektriciteit wil inboeken: 1°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: het EAN van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, alsmede de naam van de netbeheerder van die elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel bij leveringen met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°. het adres waar de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel de directe lijn zich bevinden;
3°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
4°. bij leveringen met behulp van een accupakket of elektrolyt: de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt.
1°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: het EAN van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, alsmede de naam van de netbeheerder van die elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel bij leveringen met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°. het adres waar de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel de directe lijn zich bevinden;
3°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
4°. bij leveringen met behulp van een accupakket of elektrolyt: de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt.
2. Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg voorts de volgende gegevens:
a. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en
4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen;
3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en
4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
b. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof wil inboeken: 1°. bij levering met het gastransportnet: het EAN van de gasaansluiting of gasaansluitingen en de naam van de netbeheerder van die gasaansluiting of gasaansluitingen, dan wel bij levering met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°. het adres waar de gasaansluiting of aansluitingen, dan wel het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten zich bevinden;
3°. bij levering met het gastransportnet: een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op het gastransportnet in te winnen.
1°. bij levering met het gastransportnet: het EAN van de gasaansluiting of gasaansluitingen en de naam van de netbeheerder van die gasaansluiting of gasaansluitingen, dan wel bij levering met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°. het adres waar de gasaansluiting of aansluitingen, dan wel het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten zich bevinden;
3°. bij levering met het gastransportnet: een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op het gastransportnet in te winnen.
c. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen;
3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en
4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
1°. de naam en het vestigingsadres van de beoogde opslaglocatie of opslaglocaties voor het leveren aan de Nederlandse markt;
2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen;
3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en
4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is.
d. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de locatie of locaties voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland;
2°. afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit;
3°. in geval van het leveren van een gasvormige hernieuwbare brandstof met een waterstofcontainer: de naam en het adres van de locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd;
4°. bewijs dat de locatie, bedoeld onder sub 3, gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is.
1°. de naam en het vestigingsadres van de locatie of locaties voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland;
2°. afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit;
3°. in geval van het leveren van een gasvormige hernieuwbare brandstof met een waterstofcontainer: de naam en het adres van de locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd;
4°. bewijs dat de locatie, bedoeld onder sub 3, gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is.
e. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid elektriciteit wil inboeken: 1°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: het EAN van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, alsmede de naam van de netbeheerder van die elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel bij leveringen met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°. het adres waar de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel de directe lijn zich bevinden;
3°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
4°. bij leveringen met behulp van een accupakket of elektrolyt: de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt.
1°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: het EAN van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, alsmede de naam van de netbeheerder van die elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel bij leveringen met een directe lijn: het EAN van het bemeterde leverpunt of de bemeterde leverpunten;
2°. het adres waar de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen, dan wel de directe lijn zich bevinden;
3°. bij leveringen met het elektriciteitsnet: i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
i. een machtiging om bij de netbeheerder informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de elektriciteitsaansluiting of elektriciteitsaansluitingen in te winnen; en
ii. of gebruik gemaakt wordt van een secundair allocatiepunt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a van het besluit;
4°. bij leveringen met behulp van een accupakket of elektrolyt: de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt.