BWBR0039885
Geldig vanaf 2015-10-01
Artikel 6
Verkeersregeling Defensie 2015
1. Voor het slepen van een militair motorrijtuig gelden de volgende bijzondere veiligheidsmaatregelen:
a. met een militair motorrijtuig wordt niet meer dan één militair motorrijtuig gesleept;
b. het slepende motorrijtuig bezit voldoende vermogen;
c. de snelheid waarmee wordt gereden wordt aangepast aan de aard en het gewicht van het gesleepte militair motorrijtuig;
d. het slepen geschiedt met behulp van een triangel, een sleepkabel, een sleeptouw of sleepstang, dan wel als getakelde last;
e. de werking van de verlichting aan de achterzijde van het gesleepte motorrijtuig komt overeen met de voorgeschreven werking van de verlichting aan de achterzijde van het slepende motorrijtuig;
f. de bestuurder van het slepende motorrijtuig is te allen tijde op de hoogte van de gedragingen van het gesleepte militair motorrijtuig, hetzij door visuele hulpmiddelen, hetzij door tussenkomst van een hulpbestuurder;
g. het motorrijtuig dat niet standaard is ingericht voor slepen, voert alarmverlichting of is voorzien van een geel gekleurd zwaailicht.
2. Een militair motorrijtuig waarvan de stuur- of reminrichting ondeugdelijk is, wordt niet op een andere manier gesleept dan als getakelde last of met een triangel.
3. Indien het slepende motorrijtuig niet een voor dat doel bestemd motorrijtuig met geel zwaailicht is, wordt een op een autosnelweg defect geraakt militair motorrijtuig over die autosnelweg slechts gesleept tot en met de eerste mogelijkheid de autosnelweg te verlaten.
4. Een afsleepdolly of sleepas en een zich daarop bevindend motorrijtuig worden als één motorrijtuig beschouwd; de afsleepdolly of sleepas zijn in dat geval voorzien van een reminrichting.
5. Een sleepas wordt slechts gebruikt als zich daarop een motorrijtuig bevindt.
6. Een voertuigen dat is voorzien van een drukluchtremsysteem wordt alleen met behulp van een sleepstang gesleept.
7. Het drukluchtremsysteem van het gesleepte voertuig is aangesloten op het drukluchtremsysteem van het slepende motorrijtuig.
8. Met een militair motorrijtuig wordt geen tweewielig motorrijtuig voortbewogen.
9. Met een tweewielig militair motorrijtuig, een geleed motorrijtuig of een samenstel van militaire voertuigen wordt geen motorrijtuig of samenstel van voertuigen voortbewogen.
a. met een militair motorrijtuig wordt niet meer dan één militair motorrijtuig gesleept;
b. het slepende motorrijtuig bezit voldoende vermogen;
c. de snelheid waarmee wordt gereden wordt aangepast aan de aard en het gewicht van het gesleepte militair motorrijtuig;
d. het slepen geschiedt met behulp van een triangel, een sleepkabel, een sleeptouw of sleepstang, dan wel als getakelde last;
e. de werking van de verlichting aan de achterzijde van het gesleepte motorrijtuig komt overeen met de voorgeschreven werking van de verlichting aan de achterzijde van het slepende motorrijtuig;
f. de bestuurder van het slepende motorrijtuig is te allen tijde op de hoogte van de gedragingen van het gesleepte militair motorrijtuig, hetzij door visuele hulpmiddelen, hetzij door tussenkomst van een hulpbestuurder;
g. het motorrijtuig dat niet standaard is ingericht voor slepen, voert alarmverlichting of is voorzien van een geel gekleurd zwaailicht.
2. Een militair motorrijtuig waarvan de stuur- of reminrichting ondeugdelijk is, wordt niet op een andere manier gesleept dan als getakelde last of met een triangel.
3. Indien het slepende motorrijtuig niet een voor dat doel bestemd motorrijtuig met geel zwaailicht is, wordt een op een autosnelweg defect geraakt militair motorrijtuig over die autosnelweg slechts gesleept tot en met de eerste mogelijkheid de autosnelweg te verlaten.
4. Een afsleepdolly of sleepas en een zich daarop bevindend motorrijtuig worden als één motorrijtuig beschouwd; de afsleepdolly of sleepas zijn in dat geval voorzien van een reminrichting.
5. Een sleepas wordt slechts gebruikt als zich daarop een motorrijtuig bevindt.
6. Een voertuigen dat is voorzien van een drukluchtremsysteem wordt alleen met behulp van een sleepstang gesleept.
7. Het drukluchtremsysteem van het gesleepte voertuig is aangesloten op het drukluchtremsysteem van het slepende motorrijtuig.
8. Met een militair motorrijtuig wordt geen tweewielig motorrijtuig voortbewogen.
9. Met een tweewielig militair motorrijtuig, een geleed motorrijtuig of een samenstel van militaire voertuigen wordt geen motorrijtuig of samenstel van voertuigen voortbewogen.