BWBR0039885
Geldig vanaf 2015-10-01
Artikel 37
Verkeersregeling Defensie 2015
1. De houder levert het militaire rijbewijs door tussenkomst van zijn commandant in bij de commandant van het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden indien:
a. de houder onvoorwaardelijk de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd ingevolge enig onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak, op de dag waarop deze uitspraak onherroepelijk is geworden, voor de duur van die ontzegging;
b. de houder onvoorwaardelijk de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd ingevolge enig onherroepelijk geworden strafbeschikking, op de dag waarop deze onherroepelijk is geworden, voor de duur van die ontzegging;
c. het civiel rijbewijs van de houder op grond van artikel 130 Wegenverkeerswet 1994 is ingevorderd, voor de duur van die invordering;
d. het civiel rijbewijs van de houder op grond van artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 is ingevorderd, voor de duur van die invordering;
e. het civiel rijbewijs van de houder op grond van artikel 131 van de Wegenverkeerswet 1994 voor één of meerdere categorieën is geschorst, voor de duur van die schorsing;
f. het civiel rijbewijs van de houder op grond van artikel 132, 132b of 134 van de Wegenverkeerswet 1994 ongeldig is verklaard, voor de duur van die ongeldigverklaring;
g. de aanvraag van een civiel rijbewijs, voor een categorie waarvoor de houder tevens beschikt over een militair rijbewijs, vanwege lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid niet leidt tot afgifte van een civiel rijbewijs dan wel leidt tot enige beperking van de rijbevoegdheid van de houder.
2. Indien de ongeldigverklaring of schorsing van het civiel rijbewijs niet geldt voor alle categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, verstrekt de commandant van het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden de houder een nieuw militair rijbewijs waarop de nog geldige categorieën staan vermeld.
a. de houder onvoorwaardelijk de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd ingevolge enig onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak, op de dag waarop deze uitspraak onherroepelijk is geworden, voor de duur van die ontzegging;
b. de houder onvoorwaardelijk de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd ingevolge enig onherroepelijk geworden strafbeschikking, op de dag waarop deze onherroepelijk is geworden, voor de duur van die ontzegging;
c. het civiel rijbewijs van de houder op grond van artikel 130 Wegenverkeerswet 1994 is ingevorderd, voor de duur van die invordering;
d. het civiel rijbewijs van de houder op grond van artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 is ingevorderd, voor de duur van die invordering;
e. het civiel rijbewijs van de houder op grond van artikel 131 van de Wegenverkeerswet 1994 voor één of meerdere categorieën is geschorst, voor de duur van die schorsing;
f. het civiel rijbewijs van de houder op grond van artikel 132, 132b of 134 van de Wegenverkeerswet 1994 ongeldig is verklaard, voor de duur van die ongeldigverklaring;
g. de aanvraag van een civiel rijbewijs, voor een categorie waarvoor de houder tevens beschikt over een militair rijbewijs, vanwege lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid niet leidt tot afgifte van een civiel rijbewijs dan wel leidt tot enige beperking van de rijbevoegdheid van de houder.
2. Indien de ongeldigverklaring of schorsing van het civiel rijbewijs niet geldt voor alle categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, verstrekt de commandant van het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden de houder een nieuw militair rijbewijs waarop de nog geldige categorieën staan vermeld.