BWBR0039885
Geldig vanaf 2015-10-01
Artikel 11
Verkeersregeling Defensie 2015
1. De Regionaal Militair Commandant kan in overeenstemming met de Commandant Landstrijdkrachten binnen zijn gezagsgebied het weggebruik voor het militair verkeer beperken, indien de aard van dat verkeer of de toestand van de weg daartoe aanleiding geven.
2. De Regionaal Militair Commandant pleegt ter zake zo nodig overleg met de betrokken wegbeheerder, de civiele verkeersautoriteiten en de afdeling Claims van het Commando DienstenCentra.
3. De Regionaal Militair Commandant draagt zorg voor de bekendmaking van de beperkingen, bedoeld in het eerste lid, aan in ieder geval de Commandant Landstrijdkrachten, de betrokken Commandanten Operationeel Commando, de Commandant Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie, de wegbeheerder, de Commandant van het Landelijk Tactisch Commando Koninklijke Marechaussee en de afdeling Claims van het Commando DienstenCentra.
2. De Regionaal Militair Commandant pleegt ter zake zo nodig overleg met de betrokken wegbeheerder, de civiele verkeersautoriteiten en de afdeling Claims van het Commando DienstenCentra.
3. De Regionaal Militair Commandant draagt zorg voor de bekendmaking van de beperkingen, bedoeld in het eerste lid, aan in ieder geval de Commandant Landstrijdkrachten, de betrokken Commandanten Operationeel Commando, de Commandant Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie, de wegbeheerder, de Commandant van het Landelijk Tactisch Commando Koninklijke Marechaussee en de afdeling Claims van het Commando DienstenCentra.