BWBR0039849
Geldig vanaf 2017-07-13
Artikel 6
Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel
1. Indien de defensie-ambtenaar reeds uit anderen hoofde aanspraak heeft op voorzieningen – al dan niet in natura – ter zake van zijn plaatsing in een gebied buiten Nederland, kan de aanspraak op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk komen te vervallen.
2. Indien de echtgenoot van de defensie-ambtenaar over hetzelfde tijdvak aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk of op daarmee gelijk te stellen voorzieningen voor ambtenaren behorende tot de Rijksoverheid: a. komt de aanspraak van de defensie-ambtenaar op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk te vervallen, indien het standaard netto Nederland van de echtgenoot hoger is;
b. wordt de aanspraak op voorzieningen verleend aan degene die daarvoor door beiden gezamenlijk is aangewezen, indien het standaard netto Nederland van de defensie-ambtenaar en dat van zijn echtgenoot gelijk zijn, tenzij om dienstredenen geen gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd.
a. komt de aanspraak van de defensie-ambtenaar op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk te vervallen, indien het standaard netto Nederland van de echtgenoot hoger is;
b. wordt de aanspraak op voorzieningen verleend aan degene die daarvoor door beiden gezamenlijk is aangewezen, indien het standaard netto Nederland van de defensie-ambtenaar en dat van zijn echtgenoot gelijk zijn,
3. De defensie-ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, onder a, alsmede de defensie-ambtenaar die niet door beiden gezamenlijk is aangewezen, bedoeld in het tweede lid, onder b, heeft aanspraak op de voorzieningen waarop de ongehuwde defensie-ambtenaar, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, aanspraak zou hebben.
2. Indien de echtgenoot van de defensie-ambtenaar over hetzelfde tijdvak aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk of op daarmee gelijk te stellen voorzieningen voor ambtenaren behorende tot de Rijksoverheid: a. komt de aanspraak van de defensie-ambtenaar op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk te vervallen, indien het standaard netto Nederland van de echtgenoot hoger is;
b. wordt de aanspraak op voorzieningen verleend aan degene die daarvoor door beiden gezamenlijk is aangewezen, indien het standaard netto Nederland van de defensie-ambtenaar en dat van zijn echtgenoot gelijk zijn, tenzij om dienstredenen geen gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd.
a. komt de aanspraak van de defensie-ambtenaar op voorzieningen op grond van dit hoofdstuk te vervallen, indien het standaard netto Nederland van de echtgenoot hoger is;
b. wordt de aanspraak op voorzieningen verleend aan degene die daarvoor door beiden gezamenlijk is aangewezen, indien het standaard netto Nederland van de defensie-ambtenaar en dat van zijn echtgenoot gelijk zijn,
3. De defensie-ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, onder a, alsmede de defensie-ambtenaar die niet door beiden gezamenlijk is aangewezen, bedoeld in het tweede lid, onder b, heeft aanspraak op de voorzieningen waarop de ongehuwde defensie-ambtenaar, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel e, aanspraak zou hebben.