BWBR0039849
Geldig vanaf 2017-07-13
Artikel 13
Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel
1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. passende woning een woning die wat huurbedrag, aard, ruimte, indeling en ligging betreft, door de commandant – mede gelet op de plaatselijke normen – als een geschikte woning voor de defensie-ambtenaar wordt aangemerkt;
b. vrije keuze woning onder passende woning wordt mede verstaan die woning die alleen voor wat betreft het huurbedrag door de commandant als niet geschikt wordt aangemerkt, maar waarvoor bij de bepaling van de tegemoetkoming gerekend wordt met een door de commandant als geschikt aangemerkt maximaal huurbedrag;
c. passende defensiewoning een specifiek voor defensie-ambtenaren bestemde woning die door het Ministerie van Defensie in eigendom is verworven of is gehuurd en die wat aard, ruimte, indeling en ligging betreft door de commandant – mede gelet op de plaatselijke normen – als een geschikte woning voor de defensie-ambtenaar wordt aangemerkt;
d. verschuldigde huur voor zover niet anders is bepaald: de tegenwaarde in Nederlandse valuta van de som van: 1°. de kale huur;
2°. de huur van een garage, indien die tezamen met de woning moet worden gehuurd;
3°. de overige kosten die naar het oordeel van de commandant aan die huur zijn verbonden, waartoe ten minste behoren: (a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
(a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
1°. de kale huur;
2°. de huur van een garage, indien die tezamen met de woning moet worden gehuurd;
3°. de overige kosten die naar het oordeel van de commandant aan die huur zijn verbonden, waartoe ten minste behoren: (a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
(a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
e. eigen bijdrage zeventien procent van de som van: 1°. de voor de militair geldende bezoldiging, onderscheidenlijk het voor de ambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage minimumloon, bedoeld in artikel 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, en
2°. het bedrag van de voor het gebied van plaatsing geldende duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor de militair, onderscheidenlijk ambtenaar, geldende standaard netto Nederland.
1°. de voor de militair geldende bezoldiging, onderscheidenlijk het voor de ambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage minimumloon, bedoeld in artikel 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, en
2°. het bedrag van de voor het gebied van plaatsing geldende duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor de militair, onderscheidenlijk ambtenaar, geldende standaard netto Nederland.
a. passende woning een woning die wat huurbedrag, aard, ruimte, indeling en ligging betreft, door de commandant – mede gelet op de plaatselijke normen – als een geschikte woning voor de defensie-ambtenaar wordt aangemerkt;
b. vrije keuze woning onder passende woning wordt mede verstaan die woning die alleen voor wat betreft het huurbedrag door de commandant als niet geschikt wordt aangemerkt, maar waarvoor bij de bepaling van de tegemoetkoming gerekend wordt met een door de commandant als geschikt aangemerkt maximaal huurbedrag;
c. passende defensiewoning een specifiek voor defensie-ambtenaren bestemde woning die door het Ministerie van Defensie in eigendom is verworven of is gehuurd en die wat aard, ruimte, indeling en ligging betreft door de commandant – mede gelet op de plaatselijke normen – als een geschikte woning voor de defensie-ambtenaar wordt aangemerkt;
d. verschuldigde huur voor zover niet anders is bepaald: de tegenwaarde in Nederlandse valuta van de som van: 1°. de kale huur;
2°. de huur van een garage, indien die tezamen met de woning moet worden gehuurd;
3°. de overige kosten die naar het oordeel van de commandant aan die huur zijn verbonden, waartoe ten minste behoren: (a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
(a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
1°. de kale huur;
2°. de huur van een garage, indien die tezamen met de woning moet worden gehuurd;
3°. de overige kosten die naar het oordeel van de commandant aan die huur zijn verbonden, waartoe ten minste behoren: (a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
(a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
e. eigen bijdrage zeventien procent van de som van: 1°. de voor de militair geldende bezoldiging, onderscheidenlijk het voor de ambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage minimumloon, bedoeld in artikel 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, en
2°. het bedrag van de voor het gebied van plaatsing geldende duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor de militair, onderscheidenlijk ambtenaar, geldende standaard netto Nederland.
1°. de voor de militair geldende bezoldiging, onderscheidenlijk het voor de ambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage minimumloon, bedoeld in artikel 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, en
2°. het bedrag van de voor het gebied van plaatsing geldende duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor de militair, onderscheidenlijk ambtenaar, geldende standaard netto Nederland.
2. De defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste of derde lid, en die in het gebied van plaatsing een eigen huishouding voert, heeft aanspraak op een maandelijkse tegemoetkoming in de woninghuur, indien het hem naar het oordeel van de commandant niet mogelijk is geweest: a. in Duitsland, de Nederlandse Antillen of Aruba: een passende defensiewoning of, indien een zodanige woning naar het oordeel van de commandant niet beschikbaar is, een passende woning te huren;
b. in overige gebieden: een passende woning te huren, waarvan de huur lager is dan of gelijk is aan de eigen bijdrage. De tegemoetkoming bedraagt het verschil tussen de verschuldigde huur, of bij een vrije keuze woning de door de commandant bepaalde maximale huur, en de eigen bijdrage.
a. in Duitsland, de Nederlandse Antillen of Aruba: een passende defensiewoning of, indien een zodanige woning naar het oordeel van de commandant niet beschikbaar is, een passende woning te huren;
b. in overige gebieden: een passende woning te huren,
3. De aanspraak op de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, gaat in op de dag waarop de huur voor de eerste maal is verschuldigd, tenzij de defensie-ambtenaar dan nog geen aanspraak heeft op de voor hem vastgestelde toelage-buitenland, in welk geval de tegemoetkoming wordt toegekend met ingang van de dag waarop de aanspraak op die toelage-buitenland ontstaat.
4. De aanspraak op de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, eindigt op de dag waarop de huur niet langer is verschuldigd of de aanspraak op de toelage-buitenland vervalt.
5. De ongehuwde defensie - ambtenaar die is geplaatst in een gebied buiten Nederland en aldaar een eigen huishouding voert behoudt de aanspraak op de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, indien: a. het verblijf van de defensieambtenaar buiten dat gebied de termijn van 6 maanden niet overschrijdt, dan wel,
b. de defensieambtenaar is ingezet in het kader van de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, dan wel,
c. de defensieambtenaar een bij- of omscholingsopleiding volgt met het oogmerk van de organisatie de defensieambtenaar terug te laten keren naar het land van plaatsing.
a. het verblijf van de defensieambtenaar buiten dat gebied de termijn van 6 maanden niet overschrijdt, dan wel,
b. de defensieambtenaar is ingezet in het kader van de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, dan wel,
c. de defensieambtenaar een bij- of omscholingsopleiding volgt met het oogmerk van de organisatie de defensieambtenaar terug te laten keren naar het land van plaatsing.
6. In geval van overlijden van de defensie-ambtenaar aan wie de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, is toegekend, wordt de betaling van die tegemoetkoming ten behoeve van zijn nagelaten gezinsleden gecontinueerd tot het tijdstip waarop zij de betrokken woning hebben ontruimd, maar ten hoogste voor een periode van drie maanden na de datum van overlijden.
7. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, onderdeel d, is de eigen bijdrage 10%, indien de defensieambtenaar vanuit een eigendomswoning met een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten is verhuisd naar het buitenland en hij gedurende zijn plaatsing, een deel van die plaatsing, of een aansluitende nieuwe plaatsing in het buitenland deze eigendomswoning aanhoudt en die woning niet verhuurt of ter beschikking stelt aan een ander dan een van de eigen- stief- of pleegkinderen van de defensieambtenaar.
b. vrije keuze woning onder passende woning wordt mede verstaan die woning die alleen voor wat betreft het huurbedrag door de commandant als niet geschikt wordt aangemerkt, maar waarvoor bij de bepaling van de tegemoetkoming gerekend wordt met een door de commandant als geschikt aangemerkt maximaal huurbedrag;
c. passende defensiewoning een specifiek voor defensie-ambtenaren bestemde woning die door het Ministerie van Defensie in eigendom is verworven of is gehuurd en die wat aard, ruimte, indeling en ligging betreft door de commandant – mede gelet op de plaatselijke normen – als een geschikte woning voor de defensie-ambtenaar wordt aangemerkt;
d. verschuldigde huur voor zover niet anders is bepaald: de tegenwaarde in Nederlandse valuta van de som van: 1°. de kale huur;
2°. de huur van een garage, indien die tezamen met de woning moet worden gehuurd;
3°. de overige kosten die naar het oordeel van de commandant aan die huur zijn verbonden, waartoe ten minste behoren: (a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
(a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
1°. de kale huur;
2°. de huur van een garage, indien die tezamen met de woning moet worden gehuurd;
3°. de overige kosten die naar het oordeel van de commandant aan die huur zijn verbonden, waartoe ten minste behoren: (a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
(a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
e. eigen bijdrage zeventien procent van de som van: 1°. de voor de militair geldende bezoldiging, onderscheidenlijk het voor de ambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage minimumloon, bedoeld in artikel 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, en
2°. het bedrag van de voor het gebied van plaatsing geldende duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor de militair, onderscheidenlijk ambtenaar, geldende standaard netto Nederland.
1°. de voor de militair geldende bezoldiging, onderscheidenlijk het voor de ambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage minimumloon, bedoeld in artikel 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, en
2°. het bedrag van de voor het gebied van plaatsing geldende duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor de militair, onderscheidenlijk ambtenaar, geldende standaard netto Nederland.
a. passende woning een woning die wat huurbedrag, aard, ruimte, indeling en ligging betreft, door de commandant – mede gelet op de plaatselijke normen – als een geschikte woning voor de defensie-ambtenaar wordt aangemerkt;
b. vrije keuze woning onder passende woning wordt mede verstaan die woning die alleen voor wat betreft het huurbedrag door de commandant als niet geschikt wordt aangemerkt, maar waarvoor bij de bepaling van de tegemoetkoming gerekend wordt met een door de commandant als geschikt aangemerkt maximaal huurbedrag;
c. passende defensiewoning een specifiek voor defensie-ambtenaren bestemde woning die door het Ministerie van Defensie in eigendom is verworven of is gehuurd en die wat aard, ruimte, indeling en ligging betreft door de commandant – mede gelet op de plaatselijke normen – als een geschikte woning voor de defensie-ambtenaar wordt aangemerkt;
d. verschuldigde huur voor zover niet anders is bepaald: de tegenwaarde in Nederlandse valuta van de som van: 1°. de kale huur;
2°. de huur van een garage, indien die tezamen met de woning moet worden gehuurd;
3°. de overige kosten die naar het oordeel van de commandant aan die huur zijn verbonden, waartoe ten minste behoren: (a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
(a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
1°. de kale huur;
2°. de huur van een garage, indien die tezamen met de woning moet worden gehuurd;
3°. de overige kosten die naar het oordeel van de commandant aan die huur zijn verbonden, waartoe ten minste behoren: (a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
(a). voor België en Luxemburg: de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde grondbelasting;
(b). voor Frankrijk: de aan die huur verbonden charges, verminderd met de kosten voor verwarming en water, of – voor zover die kosten niet afzonderlijk worden berekend – verminderd met de in artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling huisvesting en voeding militairen 2018 genoemde bedragen per maand voor verwarming en voor water; de risque locataire, verminderd met het gedeelte van de premie dat is bestemd voor de inboedelverzekering, en de eventueel verschuldigde taxe immobilière;
(c). voor de Bondsrepubliek Duitsland: de eventueel door de defensie-ambtenaar verschuldigde kosten voor de medeverzekering van de aansprakelijkheid van de huurder ten opzichte van de verhuurder van schade door brand aan het door de huurder bewoonde pand en de eventueel verschuldigde Grundsteuer;
(d). voor de Nederlandse Antillen en Aruba: de verschuldigde gebruiksbelasting;
e. eigen bijdrage zeventien procent van de som van: 1°. de voor de militair geldende bezoldiging, onderscheidenlijk het voor de ambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage minimumloon, bedoeld in artikel 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, en
2°. het bedrag van de voor het gebied van plaatsing geldende duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor de militair, onderscheidenlijk ambtenaar, geldende standaard netto Nederland.
1°. de voor de militair geldende bezoldiging, onderscheidenlijk het voor de ambtenaar geldende salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage minimumloon, bedoeld in artikel 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie, en
2°. het bedrag van de voor het gebied van plaatsing geldende duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor de militair, onderscheidenlijk ambtenaar, geldende standaard netto Nederland.
2. De defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste of derde lid, en die in het gebied van plaatsing een eigen huishouding voert, heeft aanspraak op een maandelijkse tegemoetkoming in de woninghuur, indien het hem naar het oordeel van de commandant niet mogelijk is geweest: a. in Duitsland, de Nederlandse Antillen of Aruba: een passende defensiewoning of, indien een zodanige woning naar het oordeel van de commandant niet beschikbaar is, een passende woning te huren;
b. in overige gebieden: een passende woning te huren, waarvan de huur lager is dan of gelijk is aan de eigen bijdrage. De tegemoetkoming bedraagt het verschil tussen de verschuldigde huur, of bij een vrije keuze woning de door de commandant bepaalde maximale huur, en de eigen bijdrage.
a. in Duitsland, de Nederlandse Antillen of Aruba: een passende defensiewoning of, indien een zodanige woning naar het oordeel van de commandant niet beschikbaar is, een passende woning te huren;
b. in overige gebieden: een passende woning te huren,
3. De aanspraak op de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, gaat in op de dag waarop de huur voor de eerste maal is verschuldigd, tenzij de defensie-ambtenaar dan nog geen aanspraak heeft op de voor hem vastgestelde toelage-buitenland, in welk geval de tegemoetkoming wordt toegekend met ingang van de dag waarop de aanspraak op die toelage-buitenland ontstaat.
4. De aanspraak op de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, eindigt op de dag waarop de huur niet langer is verschuldigd of de aanspraak op de toelage-buitenland vervalt.
5. De ongehuwde defensie - ambtenaar die is geplaatst in een gebied buiten Nederland en aldaar een eigen huishouding voert behoudt de aanspraak op de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, indien: a. het verblijf van de defensieambtenaar buiten dat gebied de termijn van 6 maanden niet overschrijdt, dan wel,
b. de defensieambtenaar is ingezet in het kader van de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, dan wel,
c. de defensieambtenaar een bij- of omscholingsopleiding volgt met het oogmerk van de organisatie de defensieambtenaar terug te laten keren naar het land van plaatsing.
a. het verblijf van de defensieambtenaar buiten dat gebied de termijn van 6 maanden niet overschrijdt, dan wel,
b. de defensieambtenaar is ingezet in het kader van de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, dan wel,
c. de defensieambtenaar een bij- of omscholingsopleiding volgt met het oogmerk van de organisatie de defensieambtenaar terug te laten keren naar het land van plaatsing.
6. In geval van overlijden van de defensie-ambtenaar aan wie de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid, is toegekend, wordt de betaling van die tegemoetkoming ten behoeve van zijn nagelaten gezinsleden gecontinueerd tot het tijdstip waarop zij de betrokken woning hebben ontruimd, maar ten hoogste voor een periode van drie maanden na de datum van overlijden.
7. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, onderdeel d, is de eigen bijdrage 10%, indien de defensieambtenaar vanuit een eigendomswoning met een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten is verhuisd naar het buitenland en hij gedurende zijn plaatsing, een deel van die plaatsing, of een aansluitende nieuwe plaatsing in het buitenland deze eigendomswoning aanhoudt en die woning niet verhuurt of ter beschikking stelt aan een ander dan een van de eigen- stief- of pleegkinderen van de defensieambtenaar.