BWBR0039849
Geldig vanaf 2017-07-13
Artikel 14
Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel
1. Indien bij het in het gebied van plaatsing betrekken van een passende woning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, een waarborgsom voor de huurwoning moet worden gestort, kan een renteloze lening worden verstrekt aan: a. de defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b, en wiens gezinsleden zich naar verwachting voor ten minste zes achtereenvolgende maanden metterwoon in het gebied van plaatsing zullen vestigen of
b. de defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen d en f, die voor een tijdvak van ten minste zes achtereenvolgende maanden is geplaatst in een gebied buiten Nederland en die aldaar een eigen huishouding voert.
a. de defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b, en wiens gezinsleden zich naar verwachting voor ten minste zes achtereenvolgende maanden metterwoon in het gebied van plaatsing zullen vestigen of
b. de defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen d en f, die voor een tijdvak van ten minste zes achtereenvolgende maanden is geplaatst in een gebied buiten Nederland en die aldaar een eigen huishouding voert.
2. Het bedrag van de lening is niet hoger dan het bedrag van de te storten waarborgsom, verminderd met het bedrag van de verschuldigde huur dat voor de betrokken woning voor één maand is verschuldigd en – in voorkomend geval – met de tegemoetkoming woninghuur waarop in die maand aanspraak bestaat.
3. De lening wordt verstrekt en afgelost in de valuta waarin de waarborgsom is gestort. Indien zulks niet mogelijk is, wordt de lening verstrekt en afgelost in de tegenwaarde in Nederlandse valuta tegen de op dat moment geldende administratiekoers. Hieruit mogelijk voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van het defensie.
4. De aflossing van de lening, met inbegrip van de eventueel daarover verkregen rente, geschiedt in eenmaal aan het eind van het verblijf in het gebied van plaatsing of bij het eerder verlaten van de woning.
b. de defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen d en f, die voor een tijdvak van ten minste zes achtereenvolgende maanden is geplaatst in een gebied buiten Nederland en die aldaar een eigen huishouding voert.
a. de defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b, en wiens gezinsleden zich naar verwachting voor ten minste zes achtereenvolgende maanden metterwoon in het gebied van plaatsing zullen vestigen of
b. de defensie-ambtenaar die aanspraak heeft op de toelage-buitenland, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen d en f, die voor een tijdvak van ten minste zes achtereenvolgende maanden is geplaatst in een gebied buiten Nederland en die aldaar een eigen huishouding voert.
2. Het bedrag van de lening is niet hoger dan het bedrag van de te storten waarborgsom, verminderd met het bedrag van de verschuldigde huur dat voor de betrokken woning voor één maand is verschuldigd en – in voorkomend geval – met de tegemoetkoming woninghuur waarop in die maand aanspraak bestaat.
3. De lening wordt verstrekt en afgelost in de valuta waarin de waarborgsom is gestort. Indien zulks niet mogelijk is, wordt de lening verstrekt en afgelost in de tegenwaarde in Nederlandse valuta tegen de op dat moment geldende administratiekoers. Hieruit mogelijk voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van het defensie.
4. De aflossing van de lening, met inbegrip van de eventueel daarover verkregen rente, geschiedt in eenmaal aan het eind van het verblijf in het gebied van plaatsing of bij het eerder verlaten van de woning.