BWBR0039178
Geldig vanaf 2017-04-25
Artikel 8
Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij
1. De subsidieontvanger voldoet binnen zes weken na de dag waarop de beschikking tot subsidie verlening aan hem is bekendgemaakt aan de voorwaarden van artikel 2.
2. In afwijking van het eerste lid worden pinken of melkkoeien die op de dag na die waarop de beschikking tot subsidieverlening is bekendgemaakt langer dan 5,5 maanden drachtig zijn, niet geslacht dan een week nadat zij gekalfd hebben maar niet later dan 20 weken na het moment van het bekendmaken van de beschikking tot subsidieverlening.
3. Melkkoeien of pinken, indien hiervoor ook subsidie is aangevraagd, die op de dag na die waarop de beschikking tot subsidieverlening is bekendgemaakt minder dan 5,5 maanden drachtig zijn, worden geslacht of geëxporteerd voordat zij zes maanden drachtig zijn.
4. De subsidieontvanger, of, indien deze een rechtspersoon is, de bestuurders of de aandeelhouders van deze rechtspersoon, houdt zes weken na verzending van de beschikking tot subsidieverlening en tot 1 januari 2018:
a. geen melkkoeien, met uitzondering van drachtige melkkoeien als bedoeld in het tweede lid;
b. niet meer kalveren en pinken dan het aantal kalveren en pinken dat de subsidieontvanger hield op de dag van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit, waarin de desbetreffende openstellingsperiode bekend wordt gemaakt, wordt geplaatst, of, wanneer de subsidieontvanger subsidie aanvraagt voor kalveren en pinken, niet meer dan het aantal dat resteert nadat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, met uitzondering van drachtige pinken als bedoeld in het tweede lid;
c. niet meer mannelijke runderen dan het aantal mannelijke runderen dat de subsidieontvanger hield op de eerste dag van de openstellingsperiode.
5. De subsidieontvanger behoudt zijn relatienummer tot de vervaldatum van deze regeling, bedoeld in artikel 13.
6. Indien door geboorte de subsidieontvanger niet meer aan de verplichtingen van de subsidie voldoet, zorgt hij ervoor dat er binnen 21 dagen na de desbetreffende geboorte weer voldaan wordt aan deze verplichtingen.
2. In afwijking van het eerste lid worden pinken of melkkoeien die op de dag na die waarop de beschikking tot subsidieverlening is bekendgemaakt langer dan 5,5 maanden drachtig zijn, niet geslacht dan een week nadat zij gekalfd hebben maar niet later dan 20 weken na het moment van het bekendmaken van de beschikking tot subsidieverlening.
3. Melkkoeien of pinken, indien hiervoor ook subsidie is aangevraagd, die op de dag na die waarop de beschikking tot subsidieverlening is bekendgemaakt minder dan 5,5 maanden drachtig zijn, worden geslacht of geëxporteerd voordat zij zes maanden drachtig zijn.
4. De subsidieontvanger, of, indien deze een rechtspersoon is, de bestuurders of de aandeelhouders van deze rechtspersoon, houdt zes weken na verzending van de beschikking tot subsidieverlening en tot 1 januari 2018:
a. geen melkkoeien, met uitzondering van drachtige melkkoeien als bedoeld in het tweede lid;
b. niet meer kalveren en pinken dan het aantal kalveren en pinken dat de subsidieontvanger hield op de dag van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit, waarin de desbetreffende openstellingsperiode bekend wordt gemaakt, wordt geplaatst, of, wanneer de subsidieontvanger subsidie aanvraagt voor kalveren en pinken, niet meer dan het aantal dat resteert nadat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3, met uitzondering van drachtige pinken als bedoeld in het tweede lid;
c. niet meer mannelijke runderen dan het aantal mannelijke runderen dat de subsidieontvanger hield op de eerste dag van de openstellingsperiode.
5. De subsidieontvanger behoudt zijn relatienummer tot de vervaldatum van deze regeling, bedoeld in artikel 13.
6. Indien door geboorte de subsidieontvanger niet meer aan de verplichtingen van de subsidie voldoet, zorgt hij ervoor dat er binnen 21 dagen na de desbetreffende geboorte weer voldaan wordt aan deze verplichtingen.