BWBR0039178
Geldig vanaf 2017-04-25
Artikel 10
Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij
1. De subsidieontvanger doet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie aan de minister voor alle dieren waarvoor een beschikking tot subsidieverlening is genomen, op het moment dat voldaan wordt aan de voorwaarde genoemd in artikel 8, eerste lid, en niet later dan acht weken na het bekendmaken van de beschikking tot subsidieverlening.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:
a. de gegevens over de subsidieontvanger, waaronder naam, adres, rekeningnummer en het door de minister toegekende referentienummer van de beschikking tot subsidieverlening;
b. een bewijs van beëindiging van levering aan een zuivelonderneming.
3. De minister stelt de subsidie na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie binnen redelijke termijn vast.
4. De minister betaalt de subsidie niet later dan 6 weken na het bekendmaken van de beschikking tot subsidievaststelling uit en in ieder geval niet later dan 30 september 2017.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:
a. de gegevens over de subsidieontvanger, waaronder naam, adres, rekeningnummer en het door de minister toegekende referentienummer van de beschikking tot subsidieverlening;
b. een bewijs van beëindiging van levering aan een zuivelonderneming.
3. De minister stelt de subsidie na ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de subsidie binnen redelijke termijn vast.
4. De minister betaalt de subsidie niet later dan 6 weken na het bekendmaken van de beschikking tot subsidievaststelling uit en in ieder geval niet later dan 30 september 2017.