BWBR0039178
Geldig vanaf 2017-04-25
Artikel 6
Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij
1. Het subsidieplafond van de eerste openstellingsperiode is € 38.000.000,00 en van de tweede openstellingsperiode € 5.000.000,00.
2. De minister stelt voorafgaande aan de volgende openstellingsperiode of openstellingsperiodes een subsidieplafond voor deze periode of periodes vast tegelijk met de vaststelling van de desbetreffende openstellingsperiode.
3. De minister verdeelt het subsidieplafond in volgorde van binnenkomst waarbij de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking komt.
4. Aanvragen die op dezelfde dag worden ontvangen, worden behandeld als zijnde ingediend op hetzelfde moment.
5. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag of het tijdstip waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum of tijdstip van binnenkomst.
6. Het subsidieplafond wordt verdeeld tot de dag waarop niet aan alle aanvragers van die dag subsidie verleend kan worden uit het resterende beschikbare bedrag van de openstellingsperiode. Aanvragen die zijn binnengekomen op een dag waarop het resterende bedrag van het subsidieplafond niet meer toereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te honoreren, worden afgewezen.
7. Indien op de eerste dag waarop aanvragen worden ontvangen het subsidieplafond wordt bereikt dan wordt de rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.
2. De minister stelt voorafgaande aan de volgende openstellingsperiode of openstellingsperiodes een subsidieplafond voor deze periode of periodes vast tegelijk met de vaststelling van de desbetreffende openstellingsperiode.
3. De minister verdeelt het subsidieplafond in volgorde van binnenkomst waarbij de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking komt.
4. Aanvragen die op dezelfde dag worden ontvangen, worden behandeld als zijnde ingediend op hetzelfde moment.
5. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag of het tijdstip waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum of tijdstip van binnenkomst.
6. Het subsidieplafond wordt verdeeld tot de dag waarop niet aan alle aanvragers van die dag subsidie verleend kan worden uit het resterende beschikbare bedrag van de openstellingsperiode. Aanvragen die zijn binnengekomen op een dag waarop het resterende bedrag van het subsidieplafond niet meer toereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te honoreren, worden afgewezen.
7. Indien op de eerste dag waarop aanvragen worden ontvangen het subsidieplafond wordt bereikt dan wordt de rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.