BWBR0039178
Geldig vanaf 2017-04-25
Artikel 5
Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij
1. De hoogte van de subsidie wordt berekend door het aantal melkkoeien, kalveren en pinken dat is gestorven, geslacht of geëxporteerd en waarvoor subsidie wordt verleend, te vermenigvuldigen met de vergoeding per melkkoe dan wel per kalf of pink.
2. De vergoeding per melkkoe is in de eerste openstellingsperiode € 1.200,00 en in de tweede openstellingsperiode € 730,00.
3. De minister stelt de vergoeding per melkkoe voor de volgende openstellingsperiode of openstellingsperiodes tegelijk met de vaststelling van de desbetreffende openstellingsperiode vast.
4. De vergoeding is voor:
a. een kalf 23% van de vergoeding voor een melkkoe;
b. een pink 53% van de vergoeding voor een melkkoe.
5. De minister stelt het aantal melkkoeien, kalveren en pinken waarvoor subsidie wordt verleend vast op grond van het I&R-systeem.
2. De vergoeding per melkkoe is in de eerste openstellingsperiode € 1.200,00 en in de tweede openstellingsperiode € 730,00.
3. De minister stelt de vergoeding per melkkoe voor de volgende openstellingsperiode of openstellingsperiodes tegelijk met de vaststelling van de desbetreffende openstellingsperiode vast.
4. De vergoeding is voor:
a. een kalf 23% van de vergoeding voor een melkkoe;
b. een pink 53% van de vergoeding voor een melkkoe.
5. De minister stelt het aantal melkkoeien, kalveren en pinken waarvoor subsidie wordt verleend vast op grond van het I&R-systeem.