1. In deze regeling wordt verstaan onder berekeningsgrondslag: de bezoldiging, bedoeld in het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, bedoeld in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en de salarisgarantie en salarissuppletie, bedoeld in artikel 49gg van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, berekend over een kalendermaand, waarop betrokkene op de dag voorafgaand aan zijn ontslag aanspraak had of bij uitoefening van zijn functie zou hebben gehad.
2. Als betrokkene direct voorafgaand aan zijn ontslag buitengewoon verlof heeft genoten als bedoeld in
artikel 49tt, achtste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, geldt als berekeningsgrondslag: de bezoldiging, bedoeld in het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend over een kalendermaand, waarop betrokkene op de dag voorafgaand aan zijn buitengewoon verlof aanspraak had of bij uitoefening van zijn functie zou hebben gehad.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, worden de toelagen, bedoeld in de
artikel 14, eerste lid,
artikel 18, eerste lid, en
artikel 18b van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984en de over die toelagen berekende vakantie-uitkering niet tot de berekeningsgrondslag gerekend.
4. In zoverre de bezoldiging, als bedoeld in het eerste lid, niet in een vast bedrag per maand kan worden uitgedrukt, wordt voor dat deel van de bezoldiging gerekend met het bedrag dat betrokkene over de laatste twaalf volle kalendermaanden voorafgaand aan het ontslag of aan het buitengewoon verlof, bedoeld in het tweede lid, gemiddeld per maand is toegekend.
5. Bij ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur als bedoeld in
artikel 94b, vierde lid, en
artikel 94c, zesde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, wordt de berekeningsgrondslag vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller overeenkomt met het aantal uren waarvoor ontslag is verleend en de noemer met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur op de dag voorafgaand aan het deeltijdontslag.
6. De berekeningsgrondslag wordt aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering van het burgerlijk rijkspersoneel, met ingang van de dag waarop de salariswijziging, respectievelijk de wijziging van de vakantie-uitkering of de eindejaarsuitkering van kracht wordt.