BWBR0036442
Geldig vanaf 2016-05-27
Artikel 13
Regeling substantieel bezwarende functies
1. Betrokkene aan wie op grond van artikel 130d van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dat luidde op 31 maart 2015, voor 1 januari 2013 buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend, heeft recht op een compensatie.
2. De compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de pensioengerechtigde leeftijd voor betrokkene later ligt dan de leeftijd van 65 jaar te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
3. Aan betrokkene, bedoeld in het tweede lid, van wie de uitkering na 30 september 2014 wordt beëindigd, wordt de compensatie, bedoeld in het tweede lid, uitbetaald bij ontslag.
4. Aan betrokkene, bedoeld in het tweede lid, van wie de uitkering voor 1 oktober 2014 is beëindigd, wordt de compensatie, bedoeld in het tweede lid, op aanvraag verstrekt, indien de aanvraag voor 1 oktober 2015 is ingediend.
2. De compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de pensioengerechtigde leeftijd voor betrokkene later ligt dan de leeftijd van 65 jaar te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
3. Aan betrokkene, bedoeld in het tweede lid, van wie de uitkering na 30 september 2014 wordt beëindigd, wordt de compensatie, bedoeld in het tweede lid, uitbetaald bij ontslag.
4. Aan betrokkene, bedoeld in het tweede lid, van wie de uitkering voor 1 oktober 2014 is beëindigd, wordt de compensatie, bedoeld in het tweede lid, op aanvraag verstrekt, indien de aanvraag voor 1 oktober 2015 is ingediend.