BWBR0036442
Geldig vanaf 2016-05-27
Artikel 13a
Regeling substantieel bezwarende functies
1. De betrokkene aan wie op grond van artikel 130d van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dat luidde op 31 maart 2015, in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 maart 2015 buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging is verleend, heeft recht op een compensatie.
2. De compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de pensioengerechtigde leeftijd voor betrokkene ligt na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat luidde op 31 mei 2015, te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon,bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
3. Aan de betrokkene van wie de uitkering na 31 maart 2016 wordt beëindigd, wordt de compensatie uitbetaald bij ontslag.
4. Aan de betrokkene van wie de uitkering voor 1 april 2016 is beëindigd, wordt de compensatie op aanvraag verstrekt, indien de aanvraag voor 1 januari 2017 is ingediend.
2. De compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de pensioengerechtigde leeftijd voor betrokkene ligt na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, zoals dat luidde op 31 mei 2015, te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon,bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
3. Aan de betrokkene van wie de uitkering na 31 maart 2016 wordt beëindigd, wordt de compensatie uitbetaald bij ontslag.
4. Aan de betrokkene van wie de uitkering voor 1 april 2016 is beëindigd, wordt de compensatie op aanvraag verstrekt, indien de aanvraag voor 1 januari 2017 is ingediend.