BWBR0035248
Geldig vanaf 2024-03-06
Artikel 7b.47
Regeling houders van dieren
1. De houder, bedoeld in deze paragraaf, laat de monsters onderzoeken in een laboratorium dat daarvoor op grond van artikel 3 van de Regeling erkenning veterinaire laboratoriais erkend.
2. De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen verzonden aan het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:
a. de volgende gegevens ter identificatie van de houder van de dieren en zijn inrichting: 1°. naam;
2°. adres;
3°. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren;
1°. naam;
2°. adres;
3°. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren;
b. gegevens ter identificatie van degene die het monster heeft genomen en ter identificatie van de dieren die zijn bemonsterd;
c. gegevens omtrent de monsters;
d. de dagtekening;
e. de naam en handtekening van de inzender van de monsters.
2. De monsters worden uiterlijk op de werkdag na de dag dat ze zijn genomen verzonden aan het laboratorium, bedoeld in het eerste lid.
3. Bij aanlevering van de monsters worden in ieder geval de volgende gegevens aangeleverd:
a. de volgende gegevens ter identificatie van de houder van de dieren en zijn inrichting: 1°. naam;
2°. adres;
3°. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren;
1°. naam;
2°. adres;
3°. het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 93, slot, van verordening (EU) nr. 2016/429, het unieke erkenningsnummer, bedoeld in artikel 2, onderdeel 16, van verordening (EU) nr. 2019/2035, dan wel het unieke subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren;
b. gegevens ter identificatie van degene die het monster heeft genomen en ter identificatie van de dieren die zijn bemonsterd;
c. gegevens omtrent de monsters;
d. de dagtekening;
e. de naam en handtekening van de inzender van de monsters.