BWBR0035248
Geldig vanaf 2024-03-06
Artikel 5b.39
Regeling houders van dieren
1. De termijn, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2021/963, bedraagt negen maanden na de geboorte van de paardachtige.
2. De termijn voor indiening van een aanvraag door de exploitant voor de afgifte van een uniek, levenslang geldig identificatiedocument als bedoeld in artikel 58, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2019/2035, bedraagt zes maanden na de geboorte van de paardachtige.
3. De termijn, bedoeld in artikel 14, derde lid, van verordening (EU) nr. 2021/963, bedraagt zeven dagen vanaf de dag na de dag waarop het verlies of storing van het identificatiemiddel is geconstateerd.
2. De termijn voor indiening van een aanvraag door de exploitant voor de afgifte van een uniek, levenslang geldig identificatiedocument als bedoeld in artikel 58, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) nr. 2019/2035, bedraagt zes maanden na de geboorte van de paardachtige.
3. De termijn, bedoeld in artikel 14, derde lid, van verordening (EU) nr. 2021/963, bedraagt zeven dagen vanaf de dag na de dag waarop het verlies of storing van het identificatiemiddel is geconstateerd.